Argwaancultuur Air France-KLM grotere bedreiging dan rode cijfers

Vandaag heeft Air France-KLM zijn jaarcijfers (PDF) bekendgemaakt. En die zijn niet bepaald rooskleurig, hoewel ze minder negatief uitvallen dan was voorspeld. Belangrijker dan de cijfers zelf is echter de argwanende toon in het rapport, en in het bijzonder: het ‘wij-zij’-denken.

De cijfers, die de Volkskrant vanochtend publiceerde, laten zien dat Air France op basis van het aantal vliegtuigen 1,75 keer zo groot is als KLM. Als niet-kenner van de vliegwereld lijkt het me een logische aanname om op basis van de vloot ook te berekenen hoeveel piloten er nodig zijn, en hoeveel stewardessen, et cetera. Bovendien zouden er schaalvoordelen moeten zijn bij een grotere maatschappij, waardoor er relatief minder personeel nodig is. Voor het aantal piloten gaat die vlieger op: Air France heeft, gezien de vloot, relatief weinig piloten in dienst (1,47 keer zo veel als KLM), maar bij de stewardessen ligt het juist hoger: 1,8 keer zo veel als de Koninklijke Luchtmacht. Het grootste verschil zit hem echter in grondpersoneel, daar heeft AF ruim 2,3 keer zo veel man rondlopen als KLM.

Analisten voorspelden voorafgaand aan de publicatie dat onze blauwe trots een positief resultaat schrijft, maar dat de geringe winst volledig teniet wordt gedaan door ‘de Fransen’. Dat verlies is dan weer te wijten aan de Franse pilotenstaking van afgelopen september, stelde de Air France-topman Gagey eerder tegen het FD. Zonder die staking hadden de Fransen ook winst gedraaid. Daarnaast lezen we in de Volkskrant over hoe onder meer oudgedienden Herman Wijffels en Hans Wiegel KLM te hulp schieten. Want, zo stelt de krant, ‘als de vaderlandse kroonjuwelen echt worden belaagd door buitenlanders, kan altijd een beroep worden gedaan op het old boys network om het onheil te keren.’

In dit voorbeeld gaat het om kasgeld dat Air France zou willen centraliseren. Het geld van verkochte tickets zou dan naar de holding worden gehaald, in plaats van dat het binnen de losse entiteiten staat geparkeerd. De logica erachter is begrijpelijk: geld lenen is goedkoper als je zelf meer op de bank hebt staan – zowel voor Air France als voor KLM. Als buitenstaander is het onmogelijk de juridische consequenties van het naar de holding halen van het kasgeld te overzien, maar de Volkskrant presenteert het als ‘een greep in de kas’ waardoor die zelfs ‘in Franse handen komt’ en noemt het ‘een machtsgreep’.

De termen waarin er over de verhouding Air France-KLM wordt gesproken is tekenend en schokkender dan het negatieve resultaat van de fusiemaatschappij. Los van het juridische verschil tussen een fusie en een overname: in hoeverre ben je een gefuseerd bedrijf (holding) als alles nog in termen van ‘wij-zij’ wordt gezien (‘wij betalen niet voor jullie pilotenstaking’) en hoe kun je ooit succesvol samenwerken als de argwaan jegens elkaar zo groot is?

De Air France-KLM casus doet sterk denken aan een ander Europees project, de EU en de eurozone. Die constellaties moesten ook alle partijen economisch profijt brengen, maar inmiddels is het ‘wij-zij’ denken groter dan ooit. Verregaand samenwerken én als losse entiteiten opereren levert een uiterst gevaarlijke cocktail op. De grootste uitdaging voor Air France-KLM en Europa lijkt de komende jaren om daar een oplossing voor te vinden.