Hoe om te gaan met een telemarketeer?

In 1997 verscheen in de VPRO-gids ‘Het Tegenscript’. Werd je gebeld door een telemarketeer, dan moest je het in de gids afgedrukte schema volgen, net zo lang tot hij of zij boos ophing. Dat was lachen. Tot ik twee jaar later zelf in de telemarketing ging werken.

Mijn 250 collega’s waren student of herintredende moeder. Geen van ons had als kind gedroomd van deze baan. We zaten daar om de huur en/of het collegegeld te kunnen betalen, in het volste besef dat weinig zo zinloos is als kunststof kozijnen proberen te verkopen aan mensen die geen kunststof kozijnen willen hebben.

Extra wrang was dat de slachtoffers die wel toehapten niet zozeer behoefte hadden aan nieuwe kozijnen, maar gewoon niet bestand waren tegen de argumenten die wij van het scherm aflazen. Als je iets verkocht voelde je je een klootzak, als je niets verkocht werd je ontslagen. Dat was de spagaat waarin wij zaten.

Vrijzinnige eikel
Soms kreeg je iemand aan de lijn die het VPRO-script volgde.
‘Wat is uw naam?’ vroegen ze dan.
‘Kunt u dat spellen?’
Vreselijk was dat. Wij zaten daar al met tegenzin en dan kwam zo’n vrijzinnige eikel dat er nog eens extra diep inwrijven.

Als je al twintig negatieve gesprekken achter elkaar had gevoerd, wat regelmatig voorkwam, dan maakte het trouwens niet meer uit hoe ze je afwimpelden. Elke ‘nee’ was een doodsteek. Hoe langer je droogstond, hoe meer je aan jezelf ging twijfelen en hoe kleiner de kans dat je ooit nog iets verkocht.

De enige klanten waar je mee kon leven, waren zij die geen geld zeiden te hebben. Daar hadden we geen argument tegen. Geen geld is geen geld, aan kunststofkozijnen mist u eigenlijk toch niets en ik wens u nog een fijne dag.

Ik heb die truc altijd onthouden. Wanneer ik zelf gebeld word, zeg ik dat bruin het niet trekt. Meestal is dat voldoende.

Er is één klein probleem: ik heb wel geld. Niet heel veel, maar toch. Tegen een kozijnenverkoper kan ik daar ongegeneerd over liegen, maar bij goede doelen ligt dat anders. Ik voel me enorm bezwaard als ik geen drie euro zeg te kunnen missen voor vaccinaties voor arme kindertjes en later in de supermarkt twee mango’s koop à €1,89.

Goededoelenindustrie
De waarheid is dat die hele goededoelenindustrie zelf doodziek is. Er worden bergen geld weggesmeten, alleen maar om ervoor te zorgen dat mijn donaties naar aids gaan en niet naar kanker, en vice versa. Ik geef wel geld, maar nooit als erom gevraagd wordt, want dan houd je het systeem in stand. Maar dat ga ik zo’n telemarketeer niet uitleggen. Dan komt hij in een negatieve verkoopspiraal en raakt hij zijn baan kwijt. Natuurlijk zou hij ook liever iets doen dat echt zin heeft. De plastic soep opruimen, de billen van bejaarden wassen, weet ik veel wat, maar daar word je in onze economie niet voor beloond.

Daar zouden ze verdorie eens iets aan moeten doen. Tot die tijd is er maar een oplossing: als ik niet weet wie er belt, neem ik gewoon de telefoon niet op.