Het nieuwe werken: met treintjes spelen en elkaar ‘piemel’ noemen

Afgelopen week ging ik uit eten met een vriendin. Dat doen wij regelmatig. Eigenlijk kun je het geen eten meer noemen want wij kletsen voornamelijk en er valt zelden een adempauze. Alle details betreffende relaties, werk en kinderen worden secuur doorgenomen. Dat dit geen specifiek ‘vrouwending’ meer is ondervond ik laatst.

Ik ging op bezoek bij een ex die mij toevertrouwde zojuist geluncht te hebben met een van zijn vrienden, voornamelijk om ‘bij te kletsen’. ‘Jeweetwel, mannendingen,’ voegde hij daar geheimzinnig aan toe. ‘Nee,’ antwoordde ik gretig, ‘vertel’, maar mijn ex reageerde afhoudend. Ach, ze kletsten vooral over relaties, werk en kinderen, ik wist het wel. Nou, eigenlijk wist ik van niets, want tot voor kort dacht ik dat dit gedrag enkel voorbehouden was aan vrouwen. Het deed mij dan ook stiekem deugd dat mannen en vrouwen elkaar blijkbaar steeds meer gaan nadoen. Want is het niet zo dat vrouwen steeds stoerder en zelfstandiger worden en mannen steeds zorgzamer en vrouwelijker?

Toon is iedereen, en iedereen is Toon
Mijn vriendin en ik bespraken veel. Mijn nieuwe columnboek bijvoorbeeld dat volgende week verschijnt en waar ik OVERAL schaamteloos reclame voor ga maken. Gewoon, omdat IEDEREEN dat boek moet lezen. Omdat het vol staat met rare shit bijvoorbeeld, en omdat de wereld daar node behoefte aan heeft. Toon Hermans, die sinds een week in mijn boekenkast woont ging ook over tafel. Mijn dochter wees laatst naar Toon en vroeg, ‘Wie is die meneer eigenlijk? Is dat James Bond?’ ‘Ja,’ antwoordde ik naar eer en geweten, want Toon is iedereen, en iedereen is Toon. Daarna zei ze dat mijn haar zo leuk zat, en of ik bij de kapper was geweest. ‘Nee,’ antwoordde ik, ‘ik heb het net gewassen.’ ‘Moet je vaker doen, mam’ zei ze droog.

Kutten en piemels op het werk
Ook bespraken wij de nieuwe hippe werkplek van een bekende. Hij scheen iets met ICT te doen en vertelde laatst dat mannelijke werknemers elkaar daar ‘piemel’ noemen en onder het werk met treintjes spelen. Mijn vriendin gierde uitzinnig dat wij vrouwen dat eens moesten proberen. Elkaar op het werk ‘kut’ noemen en met barbies spelen. We zouden gelijk met gillende sirenes worden afgevoerd naar een of andere psychiatrische spoedafdeling. En dat is hartstikke waar.

Ook bespraken wij een nieuw onderzoek. Het blijkt dat 40% van de alleenstaande vrouwen boven de vijftig geen zin meer in relaties heeft vanwege slechte ervaringen met mannen. En dat vrouwen, eenmaal alleen, erg genieten van hun rust, vrijheid en zeeën van tijd met vrienden, vriendinnen en kinderen. Ik kon mij dat goed voorstellen. Niet voor niets is mijn motto al jaren: ‘Mannen komen, mannen gaan, maar vriendinnen blijven altijd bestaan!

Hé kut, mag ik je paardrijbarbie lenen?
Ik weet, het klinkt een beetje belegen, maar een kinderlijke ziel is een vreugd voor het leven. Ik vind dan ook dat mannen en vrouwen best met treintjes en barbies op het werk mogen spelen. Gewoon achter hun laptop, tijdens werkbezoeken of vergaderingen. Ook mogen ze elkaar van mij gezellig ‘piemel’ of ‘kut’ noemen. Wie weet stuwt dit de werkprestaties naar ongekende hoogten. Ik voorzie dan ook een hele nieuwe werkcultuur met frisse werkgesprekken als: ‘Hé kut, mag ik jouw paardrijbarbie tijdens werkoverleg gebruiken?’ ‘Nou vooruit piemel, als ik mijn treintje straks na het notuleren door jouw Märklintunnel heen mag duwen!’ Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik kijk er naar uit.