De onbenulligheid Des Vaderlands

Allicht is het u ontgaan, maar volgende week wordt er in Amsterdam een ‘blogger des vaderlands’ gekozen. Hoewel we – hoop ik – de verkiezing met een korreltje zout moeten nemen, is het illustratief voor een bredere ontwikkeling. Nadat begin deze eeuw met Gerrit Komrij de eerste Dichter des Vaderlands werd benoemd volgden een Denker des Vaderlands, Componist des Vaderlands, Kok des Vaderlands en een Fotograaf des Vaderlands.

Waar komt deze golf aan nationalistische titels vandaan? Heeft het volk in deze, zoals het cliché wil, snel mondialiserende wereld een houvast nodig? Hebben we behoefte aan herkenbare cultuurdragers die onze nationale identiteit belichamen? Daar lijkt het niet op. In tegenstelling tot wat de bombastische titels suggereren genieten de dragers maar een beperkte bekendheid en herkenbaarheid. Vraag je de gemiddelde burger naar het beroep van Rene Gude, Anne Vegter, Willem Jehts, Koen Hauser en Pierre Wind dan maakt alleen laatstgenoemde enige kans om door het merendeel van de bevolking juist geclassificeerd te worden.

Ironisch genoeg wordt het merendeel van de “des vaderlands”-titels vergeven in categorieën die in de PVV-achterban linkse hobby’s worden genoemd. Hobby’s die uitgevoerd worden door mensen die met een duur woord kosmopoliet heten. Types die doorgaans weinig op hebben met nationalistische sentimenten.

De des vaderlands-titels zijn dan ook niet in het leven geroepen om nationalistische sentimenten te versterken. De uitverkiezingen zijn simpelweg marketingtrucs van organisaties die hun vakgebied op de kaart willen zetten. Filosofie Magazine en Trouw zitten achter de Denker des Vaderlands, auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra achter de Componist, Fotografiemuseum Amsterdam (FOAM) en het Nederlands Fotomuseum achter de Fotograaf en Natuur & Milieu achter de Kok. Ongetwijfeld zullen de (uit)verkiezingen in het leven zijn geroepen met het nobele idee om de onderhavige culturele activiteiten of gezond eten onder de aandacht te brengen.

Lijstjes en verkiezingen doen het publicitair altijd goed, omdat mensen nu eenmaal van een overzichtelijke situatie houden. Ook al doet deze de werkelijkheid geen recht aan. Zaken als filosofie, fotografie en muziek zijn te veelzijdig voor de onbenullige “des vaderlands”-titels. Het zijn zaken die een overgesimplificeerde competitiestructuur kunnen en moeten overstijgen.

De titels zijn vooral fijn voor de titelhouders. Zij hebben met de bombastische titel een lekkere cv-vuller die bovendien op korte termijn een gunstige weerslag zal hebben op hun inkomsten. De nationalistische titulatuur is fijn voor de uitverkorenen die ongetwijfeld zonder uitzondering goed werk afleveren, maar doet tekort aan de rijke schakeringen die de vakgebieden bieden. Als het aankomt op “des vaderlands”-titels citeer ik graag Wilders. Minder, minder, minder.