Interview Johan Derksen: ‘Ik erger me heel erg aan de Nederlandse muziekcultuur’

Achter de hangsnor, de stoppels en de wilde haren van Johan Derksen gaan twee
mannen schuil. Een houwdegen als het om voetbal gaat, maar óók een zachtaardige, obsessieve blues- en americanaliefhebber, die keihard zijn best doet om zíjn favoriete muziek de ether in te krijgen – dwars tegen ‘de terreur van Hilversum’ in, observeert muziekjournalist Ruud Meijer.

“Ik heb ook nooit zo veel met de voetballerij gehad,” bekent Johan Derksen tot onze verbazing. “Ik heb er privé altijd een beetje afstand van genomen. Ik bekeek het puur professioneel. Voetbal is zo’n beetje de grootste amusementsindustrie ter wereld, en daar werkte ik toevallig in. Dat heb ik zo goed mogelijk gedaan. Ik heb zo’n jaar of vijftig in dat voetbal gezeten, dus dan moet je wel een hobby of passie hebben die een totaal andere wereld vertegenwoordigt, anders ga je echt denken dat de wereld om een balletje draait. Daarom bezocht ik concerten, en dat was een vlucht naar een wereld die wél van mij was. Dáár kwam ik gelijkgestemden tegen. Wanneer ik in die voetballerij een naam van een van mijn muzikale helden noemde, dan keken ze me aan alsof ik gek was geworden. Daar hadden ze nog nooit van gehoord.”

Recentelijk verscheen van zijn hand het luisterboek Pioniers van de Nederpop, een spin-off van Derksen on the Road, een tv-serie waarin hij op bezoek ging bij bekende en onbekende popartiesten uit het verleden. Derksen: “Ik was altijd al van plan om een boek te schrijven. De strot van Nederland had het moeten heten. Over de zangers van de eerste golf beatbands. Maar toen gingen ze allemaal dood, hè – Wally Tax van The Outsiders, Gus Pleines van de Bintangs, Willem Bieler van Q65, Harry Muskee van Cuby and the Blizzards… Toen dacht ik: nu moet ik heel snel wat doen, want het is een uitstervende generatie. Ik had ook nog graag Kaz Lux gedaan en Frank Kraaijeveld – ook Bintangs – en Jacques Kloes van de Dizzy Man’s Band en Oscar Benton…Er zijn er nog wel een paar, maar we hebben ook gemerkt dat er niet veel meer zo goed bij stem zijn dat je ze ook nog op een podium kunt zetten.”

Derksen bekent dat hij in deze gedaante niet de keiharde analyticus is die al die talenten en stemmen eens even tegen het licht houdt. “Nu heb ik een heel andere rol,” legt hij uit.
“Zoiets als een conservator. Ook vind ik dat die mensen heel veel onrecht is aangedaan. In die tijd waren ze al blij dat ze een singeltje mochten maken. Die Theo van Es heeft geloof ik 112 weken in de hitparade gestaan met The Shoes, maar ik heb niet de indruk dat ze ooit de royalty’s hebben gekregen. Daarom erger ik me óók heel erg aan de Nederlandse muziekcultuur; we zijn natuurlijk een erg smakeloos landje. Geer & Goor, Marco Borsato en Frans Bauer… Guus Meeuwis of all people krijgt hele voetbalstadions vol, terwijl Theo van Es met zijn karakteristieke stem wereldberoemd is in Leiden. Verder heeft niemand van hem gehoord. Dus die mensen verdienen gewoon meer aandacht. Ik wilde ze gewoon nog een keer voor het voetlicht halen.”

Het complete interview van Ruud Meijer met Johan Derksen leest u in het februarinummer van HP/De Tijd, dat nu in de winkel ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.