De kleine studie wordt bedreigd. Dan toch maar online studeren?

De bezetting van het Bungehuis en het Maagdenhuis door UvA-studenten is het gevolg van de grote ontevredenheid over de mate van democratie binnen het universiteitsbestuur. Bij de UvA wordt bezuinigd, en de kleine (talen)studies lijken het te moeten ontgelden, wat het hoger onderwijs in de ogen van velen een fabriekskarakter geeft. Maar als de studies Frans, Arabisch of Nieuwgrieks verdwijnen, waar kan de student dan terecht? Een online studie zou soelaas kunnen bieden.

De eerste online cursus van de Universiteit van Amsterdam werd 2013 gelanceerd en had 5467 deelnemers. Ruim 13.000 mensen schreven zich de afgelopen jaren in voor de eerste wetenschappelijke online cursus aan de Rijksuniversiteit Groningen, en sinds 2013 hebben meer dan 350.000 deelnemers zich aangemeld voor de cursussen aan de TU Delft.

Universiteitsbesturen, in binnen- en buitenland, kiezen steeds vaker voor deze zogenaamde ‘MOOCs’, Massive Open Online Courses, wetenschappelijke cursussen die gratis toegankelijk zijn voor iedereen. De enige vereiste voor deelname is een internetverbinding. Op platformen als Coursera, edX en FutureLearn worden tientallen MOOCs aangeboden. In Nederland doen naast de TU Delft, de RUG en de UvA ook de Radboud Universiteit en de Universiteit Leiden mee.

Deze vorm van kennisoverdracht is in Nederland overigens niets nieuws. Vorig jaar nog stelde minister Jet Bussemaker van Onderwijs in De Wereld Draait Door dat dit weleens de toekomstige universiteit kan worden, een uitspraak die van harte werd gesteund door tafelgenoot Alexander Klöpping, medeoprichter van het online college-platform Universiteit van Nederland. Als het aan Bussemaker ligt, is het mogelijk om studiepunten voor deze cursussen te ontvangen. Dat idee staat nu, een jaar later, nog steeds in de steigers.

Het online volgen van hoorcolleges vanuit de woonkamer met driehonderd andere studenten gebeurt al regelmatig. Deze hoorcolleges dienen nu voornamelijk als een alternatief voor studenten die een college hebben gemist of dat nog een keer weer willen volgen ter voorbereiding op een examen. Maar universiteiten lijken MOOCs – die je kunt volgen met wel duizenden mensen tegelijk – steeds vaker in te zetten. De grootste MOOC van de TU Delft, Solar Energy, telde recent 57.000 deelnemers, en aan de studie Computer Science 101 van Harvard namen wereldwijd 250.000 mensen deel. Deze online cursussen verschillen van een passief videocollege door een gevarieerd aanbod, zoals discussiefora, opdrachten en feedback van de docent.

Maagdenhuis
Volgens Arie den Boon, MOOC-initiator van de Universiteit van Amsterdam, vormen de MOOCs een oplossing voor een deel van de problemen waar nu tegen wordt geprotesteerd door de UvA-studenten in het Maagdenhuis. Het houdt het onderwijs bijvoorbeeld toegankelijk. Volgens Den Boon kunnen er online-varianten worden ontwikkeld van de (kleine) studies die nu met uitsterven worden bedreigd. Den Boon: “Zo hoef je geen studenten meer naar andere steden te sturen om daar te studeren.”

Opvallend is dat Amsterdam begin 2013 fanatiek van start ging met het produceren van MOOCs, maar nu terughoudender is met het delen van zijn kennis. Den Boon vertelt dat de UvA achterloopt door de angst om gratis kennis weg te geven.

Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit, vindt dit onzin. “Kennis ligt voor het oprapen via internet. Door middel van MOOCs kunnen we dat aantrekkelijk structuren in onderwijsprogramma’s. Mensen hebben behoefte aan structuur en een community waar ze bij horen.” Jonker publiceerde recent een column over MOOCs, waarin hij stelt dat het fenomeen een grote impact zal hebben op het onderwijs.

Vijftigduizend euro
Het ontwerpen van zo’n online module vereist wel een flinke financiële investering. De productie van een MOOC kan 50.000 euro kosten. Dat geld gaat grotendeels naar het maken van visueel materiaal. Maar volgens Jonker kunnen deze producties als aanvulling op de lessen van de universiteit wel een aantal jaren mee. “De geschiedenis van de Franse literatuur is toch echt elk jaar hetzelfde, en ook stromingen in de bedrijfskunde of het functioneren van een ellebooggewricht is niet echt aan verandering onderhevig.”

Volgens Jonker gaat het conventionele onderwijs op de schop. “We zien het begin van het einde.” De universiteit wordt volgens hem in de toekomst voornamelijk een hoogwaardige ontmoetingsplaats en de student volgt straks aan de ene kant een strak programma met online onderwijs en opdrachten en aan de andere kant vinden er face-to-face-ontmoetingen plaats om over de stof te discussiëren. “Het is het einde van alleen maar pratende hoofden voor de klas. Daar moet je nuchter naar kijken.”

Een punt van kritiek op deze democratisering van kennis en onderwijs is wel de vereiste internetverbinding. Niet iedereen beschikt daar immers over. Bovendien zijn nu nog heel veel MOOCs in het beginsel gratis. Ook kunnen cursisten na het doorlopen van een MOOC een deelnamecertificaat ontvangen, maar daar hangt wel een prijskaartje aan. Dit moet deelnemers stimuleren om de cursus af te maken. Dat gebeurt nu nog te weinig volgens Den Boon. “Studenten zijn nog niet gedisciplineerd genoeg. Ongeveer tien procent haalt het einde maar.”

Op je cv
Een certificaat van een doorlopen cursus staat niet gelijk aan een diploma van de universiteit. Het is een leuke toevoeging voor op je cv of LinkedIn en het kan je kans vergroten op een baan, maar het is nog niet mogelijk om een officieel diploma te behalen met een Massive Open Online Course, omdat nog geen van de platformen officieel geaccrediteerd is. Nog niet.