Beeld van niet-integere politicus net zo gechargeerd als dat van rotte bankier

Jaarlijks presenteert voormalig HP/De Tijd-journalist Bart de Koning de Politieke Integriteits-Index, waarin wordt samengevat wat we eigenlijk al weten. Namelijk: de VVD heeft veel meer integriteitsproblemen dan andere partijen. Het afgelopen jaar kende de partij 14 incidenten tegenover 5 voor PvdA en CDA ­– hetgeen niet in verhouding staat tot de zetelverdeling.

Zondag lichtte De Koning in Buitenhof de uitkomsten toe en wees De Koning erop dat VVD’ers nauwere banden met het bedrijfsleven hebben, en hun manier van omgang met netwerken en ‘vrindjes’ wordt verplaatst van het bedrijfsleven naar de politiek. En in het bedrijfsleven mag het dan geen probleem zijn een familielid voor in te huren voor een klus; in de politiek is dat wel het geval.

In de Buitenhof-discussie die volgde schoof JOVD-voorzitter Tom Leijte aan, die zijn grote broer eerder bekritiseerd had over de zaak-Verheijen. De verdediging van het inmiddels opgestapte VVD-Kamerlid door Rutte en Zijlstra was ‘prematuur’ en ‘ongepast’.

De integriteitsstrijder kreeg de stelling toegeworpen dat het integriteitsprobleem vooral een VVD-probleem is. De JOVD’er vond van niet, het was vooral zo dat VVD’ers vaker opgemerkt worden, stelde Leijte. Met een vriendelijke glimlach: “Ik denk niet dat VVD’ers moreel minder integer zijn, maar je ziet inderdaad dat naast de contacten die VVD’ers vaak hebben VVD’ers ook vaker portefeuilles als ruimtelijke ordening hebben, zich daar op willen profileren.”

Het lag dus niet aan de VVD’ers, maar in de situaties waarin ze belanden. Een slap excuus, natuurlijk, want het maakt niet uit op welke post je zit – iedereen moet zich te allen tijde integer gedragen. Toch heeft Leijte wel degelijk een punt. Natuurlijk zijn VVD’ers niet allemaal evil, en heeft ook het verhaal van misdragende politici twee gezichten. Mark Verheijen is geen in en in rotte Frank Underwood in de polder die over lijken gaat om de politieke top te bereiken. Zonder hem in een slachtofferrol te duwen was Verheijen vooral een zeer ambitieuze politicus die in een systeem functioneerde waar slecht gedrag vaak wordt beloond en wilde hij zo graag meedoen in de politieke arena dat hij dat deed wat hem verder hielp. Wie niet meedoet aan het spel is out of the game.

De opmerking van Leijte doet sterk denken aan de constatering van Joris Luyendijk in zijn boek over bankensector. Hij verwachtte de Gordon Gecko’s en Wolves of Wall Street te zullen spreken, maar de bankiers waren in 99 procent van de gevallen hele toffe gasten, met wie je prima vrienden kan worden en die moreel echt niet minder integer zijn dan anderen. Het doet Luyendijk concluderen dat het probleem in de financiële wereld vooral een systematisch probleem is: het verkeerde gedrag wordt beloond, de moraliteit is eruit verdwenen.

Tijdens een bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger zinspeelde Luyendijk erop dat zijn volgende journalistieke project weleens over de politiek zou kunnen gaan. De reacties op zijn boek waren dat het verrotte systeem in de bankensector misschien het meest was uitgekristalliseerd, maar dat het zich ook in tal van andere sectoren voordoet: ziekenhuizen, multinationals en zeker de politiek.

Die constatering lijkt mij terecht. Het beeld van de niet-integere politicus is net zo gechargeerd (opgeblazen, zo u wil) als dat van de rotte bankier. Een paar Gordon Gecko’s en Wall Street-wolven zitten er altijd tussen, maar in de kern is het probleem een systeem waarin perverse prikkels zitten en verkeerd gedrag loont. Luyendijk concludeert dat een belangrijke sleutel voor verandering in de bancaire sector bij de politiek ligt. Die sleutel moet alleen eerst in het eigen slot worden gestoken.