‘Glaasje op’ en Bob. Hoe effectief zijn voorlichtingscampagnes over alcohol?

Al ruim een halve eeuw worden we via een stortvloed aan media-uitingen gewaarschuwd om niet met een slok op achter het stuur te kruipen. Maar werken voorlichtingscampagnes eigenlijk wel?

In 1932 werd het Verbond van Vereenigingen voor Veilig Verkeer opgericht. In 1948 kreeg het Verbond van de Rijksoverheid een subsidie van 35.000 gulden om de verkeersveiligheid te bevorderen, en werd de naam veranderd in Verbond voor Veilig Verkeer. In 1970 verdween het woord Verbond uit de naam en werd het Veilig Verkeer Nederland, kortweg.

VVN besteedde sinds de jaren zestig steeds meer aandacht aan alcohol in het verkeer. Wie kent hem niet, de campagne ‘Glaasje op, laat je rijden’? Wie de slagzin heeft bedacht, weet VVN niet meer, maar de campagne werd een groot succes, vooral door de gelijknamige carnavalshit van Sjakie Schram.

Het thema ‘Glaasje op’ werd door VVN heel realistisch in de markt gezet. In de jaren waarin de campagnes met deze slagzin liepen, doken in spotjes en op affiches niet alleen animaties en tekeningen op van poppetjes met een borrelglaasje op hun hoofd, maar ook foto’s van acteurs en figuranten die een kelkje op hun schedel kregen geplakt. In die tijd hield de VVN de campagnes in eigen hand.

Jan Cottaar in 1966.
Jan Cottaar in 1966

Campagnes om gedrag te beïnvloeden vallen ruwweg uiteen in twee soorten. Fear appeals: campagnes die op angstprikkels zijn gebaseerd, ook wel fear based campagnes genoemd – o jee, dat kan mij ook overkomen 
– en de positieve varianten, al of niet met enige humor opgetuigd, die oplossingen bieden: wanneer ik dit of dat doe, loop ik geen risico. In de eerste jaren gebruikte VVN beide categorieën. Angstprikkels worden afgewisseld met positievere, soms wat humorvolle uitingen. Bekende Nederlanders werden ingezet. Zonder veel poespas en tierelantijnen deden zij hun verhaal voor de camera, zoals sportverslaggever Jan Cottaar – voor de jongeren onder ons de Mart Smeets vóór Mart Smeets – was, zoals altijd met vlinderdasje getooid, ook van de partij. “Sport en alcohol zijn geen beste vrienden. McKinley dronk beslist geen paar whisky-soda’s voor- dat hij Wimbledon won (in 1963 – TvD), en Coen Moulijn liet de portfles staan toen hij in Lissabon tegen Benfica (in 1963, 3-1 – TvD) moest spelen. Daar hing veel te veel van af, als u begrijpt wat ik bedoel.”

Het complete artikel van Ton van Dijk over de effectiviteit van voorlichtingscampagnes leest u in het maartnummer van HP/De Tijd, dat nu in de winkel ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.

Ton van Dijk