Waarom de hooikoortspatiënt een zwaar jaar te wachten staat

Slecht nieuws voor de hooikoortspatiënt. Het wordt mogelijk een jaar met hoge concentraties pollen. Dat voorspellen Utrechtse wetenschappers op basis van de voorjaarstemperaturen van vorig jaar.

Naar schatting is 10-25 procent van de mensen in West-Europa allergisch voor stuifmeel, oftewel pollen. Voor planten en bomen is pollen onmisbaar voor de voortplanting. In pollen zitten namelijk spermacellen, die via verspreiding door dieren of door de wind op andere planten terechtkomen, de welbekende bestuiving.

Bijna alle grassen en boomsoorten verspreiden hun pollen via de wind. Het verschilt per soort wanneer in het jaar dit gebeurt. Veel bomen, zoals de hazelaar en de els, beginnen nu te bloeien – begin maart is de verspreiding van boompollen op zijn hoogst. Grassen daarentegen, waar de meeste hooikoortspatiënten last van hebben, bloeien pas in mei en begin juni. Tijdens het bloeiseizoen zit de lucht vol met stuifmeel. Bij mensen met een overgevoelig afweersysteem veroorzaakt het inademen van pollen een lokale allergische reactie in de ogen en neus. Hun afweersysteem reageert op het onschuldige stuifmeel alsof het een schadelijke stof is.

Bij wie hooikoorts elk voorjaar weer de kop opsteekt, wordt het waarschijnlijk een zwaar jaar. Afgelopen zomer waarschuwden Nederlandse onderzoekers voor hogere concentraties boompollen in de lente van 2015. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht (UU) en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) blijkt dat het warme weer van het voorjaar in 2014 kan leiden tot hogere concentraties boompollen in de aankomende lente. De resultaten verschenen in het vakblad PLOS ONE.

Hoeveel pollen er tijdens het bloeiseizoen in de lucht ronddwarrelen verschilt per jaar. Enerzijds komt dat door de cyclus van de plant zelf, vertelt paleo-ecoloog Timme Donders van de UU. “Beukenbomen stoppen bijvoorbeeld het ene jaar veel energie in hun voortplanting door grote hoeveelheden pollen te maken, en het andere jaar is dat weer wat minder,” aldus Donders.

Regen en vorst
Anderzijds is het bekend dat de weersomstandigheden bijdragen aan de jaarlijkse variatie in hoeveelheden pollen. Planten maken hun pollen in de zomer en laten ze in de lente van het volgende jaar los. Is het een warme zomer? Dan zijn de groeiomstandigheden beter en produceren bomen en planten meer pollen. De weersomstandigheden tijdens het bloeiseizoen, waarin de planten hun pollen verspreiden, spelen ook een rol. Op een warme lentedag met veel wind zit de lucht er vol mee, terwijl regen pollen juist uit de lucht haalt. Daarnaast is vorst ook nadelig voor de verspreiding. Vorst beschadigt de bloemknoppen waar de pollen zich vormen, waardoor de totale hoeveelheid pollen die planten loslaten in een koud voorjaar lager ligt.

Dit is bekend. Maar wat de precieze bijdrage is van temperatuur aan de jaarlijkse pollenvariatie, was nog altijd onduidelijk. De onderzoeksgroep van Donders en hun Leidse collega’s pluisden het uit. Ze hadden het geluk dat Nederland al 43 jaar lang de hoeveelheid pollen in de lucht bijhoudt. Sinds 1969 meet het LUMC dagelijks vanaf het dak, met een soort grote stofzuiger die lucht opzuigt, de aantallen en het soort pollen. De gegevens over de jaarlijkse hoeveelheden pollen uit deze database koppelde het team aan gegevens over de seizoenstemperatuur. Wat bleek? De concentratie pollen in de lucht valt een stuk hoger uit als het voorgaande jaar een warme lente en een vroege zomer kende.

Meetstations
Dat er uit het model zou komen dat temperatuur van invloed is op de jaarlijkse variatie in pollenaantallen, verwachten de onderzoekers wel. “Maar dat er zo’n duidelijke relatie is tussen temperatuur en pollenaantallen hadden we niet verwacht. De invloed van de voorjaarstemperaturen is zo sterk dat het tot ruim de helft van de jaarlijkse variatie in pollen in de lucht kan verklaren,” vertelt Donders.

De relatie tussen temperatuur en pollenaantallen vonden ze bovendien terug in een ander gebied in Nederland. Sinds 1975 telt ook het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond dagelijks pollen. De jaarlijkse variaties in de hoeveelheid pollen van beide meetstations blijken vergelijkbaar: ook uit de Helmondse meetgegevens kwam naar voren dat er meer pollen zijn bij een warme lente in het voorgaande jaar. De onderzoekers denken daarom dat de temperatuur binnen een groot deel van Nederland hetzelfde effect heeft op het aantal pollen. Waarschijnlijk is dat effect zelfs terug te vinden in een groot deel van Noordwest-Europa.

Seizoensverwachting
Het model van Donders maakt het makkelijker om seizoensverwachtingen voor pollenallergie te maken. Voor patiënten met hooikoorts kan dat wellicht een verschil maken in de behandeling. Donders: “Ik kan me zo voorstellen dat medicijnontwikkelaars zich kunnen richten op seizoensbescherming in plaats van op dagelijkse bescherming, door een langdurig werkzaam medicijn te ontwikkelen. Ook kunnen ze met een betrouwbare voorspelling inspelen op een aankomend zwaar seizoen, door ervoor te zorgen dat ze extra medicijnen voorhanden hebben.”

Dan is er ook nog slecht nieuws voor mensen met hooikoorts: klimaatverandering. “We zien, zeker de laatste vijftien jaar, een langdurige stijging in het aantal pollen. Het is een duidelijke trend”, aldus Donders. “Plantensoorten die zich eerst niet in Nederland konden vestigen omdat de winters te koud waren, duiken nu op en kunnen hier groeien en overleven. De ambriosa, die grote hoeveelheden pollen verspreidt en erg veel klachten veroorzaakt, is daarvan een voorbeeld.” Door de wereldwijde klimaatverandering zit het er dus dik in dat de pollenseizoenen alleen maar zwaarder gaan worden.

Meer leuke content? Like ons op Facebook