1001 vertellingen over een vooroorlogse topkeeper

Over Roger Hollis gaan veel verhalen.
Een van de hardnekkigste van die verhalen is dat Hollis, de Britse geheim agent die tussen 1953 en 1965 directeur van de MI5 was, jarenlang dubbelspel speelde: behalve spion voor Groot-Brittannië zou hij ook binnen de inlichtingendiensten hebben gespioneerd voor de KGB.
Met andere woorden: Roger Hollis zou de boel jarenlang verraden hebben.
Weinig van al die sterke verhalen over Roger Hollis zijn ooit bewezen en ze leken ook nooit bewezen te zullen worden. Tot een paar jaar geleden bleek dat Evald Mikson, tijdens de oorlog afdelingschef van de Sicherheitspolizei van de Estse stad Tallinn, belangrijke papieren in handen zou hebben gehad.
Papieren die Hollis’ schuld zouden aantonen.
Papieren die nooit boven tafel gekomen waren.
Mikson stierf in 1993 en de papieren zouden toen zijn verhuisd naar Evalds zoon, Atli Evaldsson.

*

Als Evald Mikson in de zomer van 1911 wordt geboren in Tartu, staat Estland officieel nog onder Russische heerschappij, maar het land is druk bezig voor het eerst in zijn geschiedenis onafhankelijk te worden.
Dat gebeurt ook daadwerkelijk, in 1918.
In dat onafhankelijke Estland groeit Evald Mikson uit tot de beste keeper die de Baltische staten ooit hebben voortgebracht. Ze noemen hem ‘De man met de honderd handen’. In de jaren dertig speelt Evald bovendien zeven interlands voor zijn land – Estland speelt er maar weinig.
Fullprofs bestaan er dan nog niet in Estland, er moet gewerkt worden naast het voetbal. Evald werkt voor de politie, trotse Est die hij is. Behalve politieagent is Evald vooral fanatiek anti-communist, dus wanneer eind jaren dertig het Rode Leger voor de zoveelste keer de grenzen van Estland binnenmarcheert, treedt hij toe tot een ondergrondse verzetsgroep die tot doel heeft de communisten terug te dringen.
Als het Estse verzet vanaf 1941 hulp krijgt van de nazi’s, worden de Duitsers in Tallinn binnengehaald als bevrijders. Onder de Duitse bezetter krijgt Mikson, die inmiddels is gestopt met keepen, een baan als politiechef in de centrale regio Tallinn-Harju.
Plichtsgetrouw voert Mikson alles uit wat hem door zijn meerderen wordt opgedragen. Tenminste, zo lijkt het, want als hij een jaar later al wordt gearresteerd door de Duitsers, gaan er sterke geruchten dat hij de opbrengsten van de onteigeningen van Joodse juweliers en goudhandelaars voor zichzelf zou hebben gehouden.
Twee jaar zit De man met de Honderd Armen vast.
Wanneer hij vrij komt, eind 1944, ziet de wereld er weer heel anders uit: de Duitsers zijn in het defensief gedrongen, het Rode Leger wint meer en meer terrein aan het Oostfront en de geallieerden zijn al geland aan de Franse kust. Evald vreest dat hij zal worden gestraft voor zijn anticommunisme en vlucht naar Zweden.
Wanneer hij daar aankomt, wordt hij weer vastgezet, als ongewenste vreemdeling dit keer. Ditmaal duurt zijn gevangenschap maar kort, en Evald Mikson, een van de beste vooroorlogse doelverdedigers ter wereld, besluit zijn heden achter zich te laten en een nieuw leven te beginnen in Zuid-Amerika. Maar het noodlot heeft het op hem voorzien: de oceaanstomer die hem naar Venezuela moet brengen, strandt in IJsland.
Evald Mikson gaat van boord voor een wandelingetje.
Wat hij dan nog niet weet: hij zal IJsland nooit meer verlaten.

Mikson wordt Hinriksson
Hij wijzigt zijn naam in Edvald Hinriksson en gaat in een klein huisje in de haven van Reykjavik wonen. Hij vraagt een visum voor een langdurig verblijf in de Verenigde Staten aan, maar dat wordt hem geweigerd wanneer de FBI achter zijn ware identiteit komt. En iedere keer dat er een Russisch schip in Reykjavik aanlegt, slaat de schrik hem om het hart.
Hij krijgt twee zonen, Johannes en Atli. Ze gaan voetballen, net als hun vader, en ze zijn talentvol: Johannes wordt een clubheld bij Celtic, Atli bij Borussia Dortmund. En ook Atli’s dochter Sif stort zich op de sport van haar opa: zij is momenteel een van de uitblinkers van het IJslands vrouwenvoetbal.
Dat laatste zal Edvald Hinriksson (of Mikson) niet meer meemaken. Het Simon Wiesenthal Center beschuldigt hem officieel van oorlogsmisdaden, ze stellen vast dat hij arrestatiebevelen voor joodse inwoners van Tallinn heeft getekend, joden die linea recta naar de gaskamers zijn gedeporteerd. Op basis van die bewijzen begint de IJslandse overheid in 1993 een zaak tegen de oorlogsmisdadiger.
De spanningen worden de 82-jarige Edvald teveel, en hij sterft niet veel later aan een hartaanval.

Na zijn dood wordt zijn schuld nog eindeloos vaak bestreden, met name door zijn zoons, die beweren dat hun vader het slachtoffer was van een Russische vendetta. Ze beweren dat veel van de bewijzen van het Simon Wiesenthal Center rechtstreeks van de KGB afkomstig zijn en dat hun vader, de anticommunist, geen dader is, maar slachtoffer. Op internetfora worden uitvoerige betogen voor en tegen Edvald Mikson geschreven, sommigen benadrukken zijn uitzonderlijke keeperstalenten, anderen blijven hem een ‘notorious murderer and rapist’ noemen.
En weer anderen blijven proberen de wereld ervan te overtuigen dat Edvald Mikson de man is die de sauna in IJsland introduceerde.
Voor geen van die beweringen zal hard bewijs te vinden zijn.
Zoals er voor wel meer in het leven van Edvald Mikson geen hard bewijs bestaat.