De dubbele pet van de senator: verbieden?

De Volkskrant bracht vanochtend de uitkomsten van een onderzoek naar buiten waaruit blijkt dat Eerste Kamerleden heel vaak een dubbele pet op hebben bij een stemming. Om precies te zijn: de 75 senatoren hebben in de huidige zittingsperiode maar liefst 675 keer over een wetsvoorstel gestemd waarbij ze zelf betrokken waren vanwege hun (bij)baan.

Roger van Boxtel
Met enige regelmaat staat de Eerste Kamer ter discussie. Kan hij niet worden afgeschaft, kunnen we misschien met wat minder senatoren af, en spelen de senatoren niet gewoon Tweede Kamertje? Ook de bijbanen zijn al langer onderwerp van gesprek. Afgelopen jaar nog kwam D66’er Roger van Boxtel in opspraak vanwege zijn dubbele pet. De gewezen minister is inmiddels baas van Menzis, een van ’s lands grootste zorgverzekeraars.

Bij de stemming over de vrije artsenkeuze, een principieel onderwerp waartegen veel maatschappelijke weerstand was, speelde D66 een sleutelrol. Een groep tegenstanders van de inperking bood de senaat een petitie aan tegen de wetswijziging, onder wie ook Chris Oomen, directeur van de relatief kleine zorgverzekeraar DSW. Volgens hem zouden de grote verzekeraars te machtig worden door de nieuwe wet. Van Boxtel sprak er tegen PvdA-senator Beuving schande van dat Oomen het waagde in de senaat te verschijnen. “Ik vind dat echt niet kunnen. Ik heb mezelf met opzet écht niet met de behandeling van dit wetsvoorstel bemoeid,” foeterde hij. Feit is dat Van Boxtel één van de 75 stemmen in de Senaat heeft.

Ook VVD’er Loek Hermans ligt al jaren onder vuur. De VVD-aanvoerder in de Eerste Kamer had in 2013 maar liefst 18 petten in de kast liggen, voor bijbanen bij accountant- en managementbureaus, Care Nederland en in de tuin- en houtlobby.

Vrijwilligerswerk
Wat is de reden om niet al die bijbanen en dubbele petten af te schaffen, te verbieden? De belangrijkste: geld. Het Eerste Kamerschap, dat anderhalve dag in de week kost, betaalt ‘slechts’ 24.000 euro per jaar. Soit, een legitieme reden. De rest van de week vrijwilligerswerk doen is te veel gevraagd.

Daarnaast wordt in de Volkskrant aangevoerd dat ‘de maatschappelijke nevenfuncties de senatoren een belangrijke extra geven ten opzichte van hun collega’s ‘aan de overkant’, de Tweede Kamerleden die onder de spreekwoordelijke Haagse kaasstolp zitten.’

Een senator staat midden in de samenleving, met de poten in de klei dus. Yeah, right. Bestuurders van pak hem beet een zorgverzekeraar zien nauwelijks ‘gewone mensen’ maar louter vergaderzalen en collega-bestuurders. Van de achttien nevenfuncties van Loek Hermans zijn er inmiddels nog 13 over (het gaat de goede kant op), maar het zijn allen voorzitters-, advies-, of bestuursfuncties, en niet van de lokale buurtvereniging.

Ik zou niet weten hoe ik iemand die beweert dat de Eerste Kamer een veredelde lobbyclub is met logische argumenten van zijn standpunt kan krijgen. Wie (schijn van) belangenverstrengeling wil voorkomen – en dat moet elke politicus willen – doet er dus goed aan om het aantal bijbanen drastisch te beperken en moet, net als op lokaal en provinciaal niveau, niet meestemmen over onderwerpen waarbij ze persoonlijk betrokken zijn (conform artikel 28 van de Provinciewet).

En neem een voorbeeld aan onze coalitiesmeders. Premier Rutte geeft af en toe les op een middelbare school, Diederik Samsom was actief als straatcoach. Me dunkt dat een dergelijke nevenfunctie meer maatschappelijke kennis oplevert dan een vergaderzaal.