Deze landen hebben geen vrouwen in de regering

Dertien landen in de wereld hebben geen enkele vrouw in hun regering of parlement, meldde VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon vorige week bij de aanvang van de Commissie over de Status van Vrouwen (CSW), op Internationale Vrouwendag.

Volgens gegevens van de Interparlementaire Unie – een samenwerkingsorganisatie tussen parlementen wereldwijd – zijn er vijf landen in de wereld die geen enkele vrouw in hun parlement hebben: de Gefedereerde Staten van Micronesië, Palau, Qatar, Tonga en Vanuatu. Verder zijn er acht landen die geen vrouw op een ministerspost hebben, te weten Bosnië-Herzegovina, Brunei, Hongarije, Pakistan, Saoedi-Arabië, Slowakije, Tonga en Vanuatu.

Toch zegt IPU dat er goed nieuws is, want in alle regio’s is het aandeel vrouwen in het parlement gegroeid. Het meest positieve nieuws is dat de situatie de afgelopen twintig jaar veranderd is in Rwanda, Andorra en Bolivia. Opmerkelijk is vooral dat de verdeling wereldwijd is bijgetrokken. Waar in 1995 nog acht van de landen in de toptien van ‘meest vrouwelijke regering’ in Europa lagen, staan er in 2015 vier Afrikaanse landen in de lijst: Rwanda, Seychellen, Senegal en Zuid-Afrika. Eveneens zijn de continenten aan de andere kant van de Atlantische Oceaan vertegenwoordigd: Bolivia, Cuba en Ecuador.

Ban Ki-moon drukte de vrouwelijke afgevaardigden van de Commissie op het hart dat het versterken van de positie van vrouwen en meisjes de beste manier is om groei te bevorderen, de meeste hoop biedt op verzoening en de beste buffer vormt tegen radicalisering van jongeren. De secretaris-generaal riep alle betrokken partijen op om in 2030 een verhouding te realiseren van 50 procent man en 50 procent vrouw.

Tijdens de Vrouwenconferentie in Peking in 1995 is als doel gesteld om in parlementen en regeringen vrouwen een aandeel te geven van dertig procent. Het wereldwijde gemiddelde lag in 1995 op 11,3 procent. In 2015 was dat 22,1 procent. Toch werd in 2014 maar weinig vooruitgang geboekt. Het wereldwijde gemiddelde steeg met slechts 0,3 procent. Volgens de internationale vrouwenrechtenorganisatie Madre is de vrouwenbeweging er in de afgelopen jaren desalniettemin in geslaagd de houding ten aanzien van de positie van de vrouw te veranderen; wereldleiders geven gendergelijkheid meer prioriteit.