Waarom Junckers vraag om EU-leger onbeantwoord blijft

Een Europees leger, dat ons beschermt tegen mogelijke aanvallen van Rusland en onze Europese waarden verdedigt, daarvoor pleitte EC-voorziiter Jean-Claude Juncker een week geleden in Die Welt am Sonntag. “Europa heeft een enorme hoeveelheid respect verloren. Ook in de buitenlandse politiek, we lijken helemaal niet meer serieus te worden genomen.”

Een gezamenlijk leger zou de EU de mogelijkheid bieden om op een ‘geloofwaardige manier’ te reageren op bedreigingen voor de vrede in een lidstaat of in een buurland, aldus de voormalige premier van Luxemburg. Al erkende hij een dergelijk leger niet meteen gereed zou zijn voor actie. Volgens hem gaat het dan ook om de symbolische boodschap die we met het streven naar een gezamenlijk leger aan Rusland sturen. Niet alle lidstaten delen deze opvatting met hem; het is dan ook de vraag of zo’n Europese strijdmacht kans van slagen heeft.

Britten en Fransen
Het idee van een gemeenschappelijk EU-leger bestaat al jaren. Tot nu toe liep het echter altijd spaak op de tegenstand van Groot-Brittannië en Frankrijk, de twee belangrijkste defensie-spelers in de EU. Ook nu weer lijken deze lidstaten dwars te gaan liggen. Voor de twee lidstaten is defensie een nationale – geen Europese – aangelegenheid. Een Britse regeringswoordvoerder liet onlangs in de Britse krant the Guardian weten dat er geen vooruitzichten zijn dat dit standpunt zal veranderen. Daarmee lijken te vooruitzicht op een Europees leger in de kiem gesmoord.

Ook andere lidstaten hebben bezwaren geuit, waarbij de aard van de reden varieert van ideologisch en politiek tot cultureel en traditioneel. Europese militaire samenwerking is daardoor tot dusver een beperkt succes gebleven. Zo zijn er al tien jaar lang gezamenlijke EU-missies in het buitenland, maar toen Frankrijk in 2013 een militaire actie in Mali voorstelde om een islamistische dreiging tegen te gaan, vond het land geen medestanders die mee op wilden trekken en moesten de Fransen de klus alleen klaren. Ook de Rapid Reaction Force, de gevechtsgroepen van de EU die in geval van een militaire crisis acuut ingezet moeten kunnen worden, hebben hun meerwaarde nog nooit in de praktijk mogen tonen.

Toekomst Europa
Juncker’s woorden konden wel rekenen op een voorzichtige instemming van de Duitse minister van defensie. Ursula von der Leyen vertelde de Duitse radio dat ze geloofde dat het Duitse leger ‘onder bepaalde omstandigheden’ bereid zou zijn om soldaten onder het commando van een andere staat te laten opereren. Een dergelijke stap zou een versterking van de veiligheid is. Von der Leyen benadrukte dat de ‘toekomst van de Europeanen op een dag in een Europees leger zal zitten’, al voegde ze er aan toe dat dit niet op de korte termijn zal zijn.

Juncker’s oproep valt samen met de herpositionering van de EU inzake haar buitenlandbeleid. De Europese Commissie stelde recent nog voor dat haar nabuurschapsbeleid (een beleid gericht op toegang tot handel in ruil voor het toelaten van democratische normen – red.) onvoldoende is geweest, te wijten aan de Arabische Lente en de situaties in een aantal voormalige Sovjetlanden.

Ook de Russische annexatie van de Krim, vorig jaar, en de Russische betrokkenheid bij gevechten in het oosten van Oekraïne hebben de beperkingen van het buitenlandbeleid van de EU laten zien. De EU nam weliswaar besluiten die leidden tot diverse sancties tegen Moskou, maar de lidstaten lijken het maar niet eens te kunnen worden over hoe hard ze Rusland willen treffen met hun sancties.