Waarom de kiezer niks meer lijkt af te straffen

Ieder volk krijgt de leider die het verdient, luidt een cynische wijsheid. Als dat zo is, ziet het er voor ons land niet best uit. Vandaag gaat de Nederlander weer naar de stembus, maar onderwijl tekent zich een zorgwekkende trend af. We zijn toch niet op weg een bananenrepubliek te worden?

In de nasleep van de economische crisis, worden we nog vrijwel dagelijks geconfronteerd met de peperdure consequenties daarvan. De Grieken. Die vermaledijde Grieken. Die corrupte, geldverslindende, belastingontduikende, frauderende Grieken. Een paar jaar geleden was onze premier er helemaal klaar mee. “Geen cent meer naar de Grieken” zei Rutte, en het volk klapte de blaren op de handen. Die olijvenboeren hadden het toch zeker zelf veroorzaakt? Ze wisten op wie ze al die jaren hadden gestemd, en ze wisten toch dat het land van corruptie en fraude aan elkaar hing? Eigen schuld, dikke bult.

Je zou denken dat een volk dat zo’n grote broek aan trekt ervoor zorgt dat het in eigen land allemaal wel snor zit met de integriteit. Dat als dat volk zijn vertegenwoordigers kiest en bestuurders op het pluche helpt, zij ervoor waakt dat er geen boeven en bedriegers aan de macht komen. Toch lijkt daar geen sprake van te zijn.

Slecht vooruitzicht
De peilingen van de laatste weken geven een duister inkijkje in de toekomst van dit land, als de wijsheid die wij op de Grieken toepassen ook voor onszelf geldt. Want wat er ook gebeurt, de kiezer lijkt niets meer af te straffen? Een frauderend Kamerlid van de VVD wordt beschermt door de premier en moet uiteindelijk toch aftreden. Een schoonheidsfoutje, vast. Diezelfde partij wordt geplaagd door corruptie in Limburg en wietteelt in Utrecht, maar wie kan het schelen? Klein bier op lokaal niveau toch zeker?

Maar zelfs als de minister van justitie de Kamer voorliegt (of bluft, of gewoon maar wat in het wilde weg praat, we zullen het misschien nooit weten) en zijn staatssecretaris opeens Oost-Indisch alzheimer heeft, blijft er geen smetje zichtbaar op het electorale blazoen van de VVD. En dat is een griezelig fenomeen.

De alom aangenomen gedachte was dat de vele naar corruptie en criminaliteit riekende affaires rond de VVD de partij schade zouden berokken, juist omdat men ervan uitging dat kiezers stelling nemen tegen dit soort praktijken. Als dat niet langer zo blijkt te zijn, is dat vragen om problemen van het soort dat we vooral van onze Zuid-Europese broeders kennen.

Het tekent een gezonde en kritische democratie als politiek gehuichel en gesjoemel van deze proporties afgestraft worden met het rode potlood. Een kiezer die zijn onvrede niet kenbaar maakt, houdt kwalijk politiek gedrag in stand. Erger nog, misschien víndt hij het niet eens zo erg. In dat klimaat kan corruptie en wanbestuur in de vezels van het systeem kruipen.

We zullen heus niet van vandaag of morgen in het Griekenland aan de Rijn leven, maar onverschilligheid van de kiezer leidt op de lange termijn naar een ziek politiek systeem waar alles mag en waar controle een vies woord is. “Ieder volk krijgt de leiders die het verdient”, zullen dan zelfs de Grieken over een jaar of wat zeggen als ze niet aan ons nieuwe noodpakket willen meebetalen.