Borstvoeding geven in het openbaar (en douchen met de Stranglers)

Afgelopen week zat ik, nog een beetje onwennig, ’s morgens op een terras van het eerste lentezonnetje te genieten. Zoals elk jaar moest ik er weer helemaal in komen. Lentejas aan, lentejas uit, met witte benen onder een kort jurkje of liever eerst in eigen tuin privaat voorbruinen?

Twee moeders met baby’s kwamen gezellig kletsend het terras op. Ze zagen eruit alsof het al jaren lente was. Ik vond dat knap. Toen mijn kinderen onder de één waren was ik allang blij dat ik überhaupt aangekleed was voor drie uur ’s middags. Deze moeders zagen eruit alsof ze streden om de prijs voor knapste, beste, leukste, kortom meest geslaagde lentemoeder van het jaar. En dat ze gingen winnen was duidelijk.

Verontwaardigd
Misschien kwam het daardoor. Terwijl de armzalige rest van de mensen op het terras als mollen tegen het felle licht in zaten te knijpen. Want toen een van de vrouwen haar blouse losknoopte om haar baby te gaan voeden, reageerden nogal wat mensen verontwaardigd. Ze zeiden het niet expliciet, maar het afkeurende gesis sprak boekdelen. Dit verbaasde me zeer en ik werd er ook een beetje treurig van. Ik bedoel, wat is er nou mooier en natuurlijker dan je kind borstvoeding geven?

Beachpop 1994
Het deed me terugdenken aan de tijd dat mijn kinderen klein waren. Allebei hebben ze ruim een jaar borstvoeding gehad. Eén keer werd ik van een terras gestuurd, in Zwolle, maar daarnaast heb ik altijd alleen maar ontroerende reacties gekregen. Zo liep ik eens tijdens het Beachpopfestival van Renesse in 1994 met mijn babyzoontje op mijn arm rond, op zoek naar een rustige plek om hem te voeden. Ik was net 26 jaar en mee met mijn toenmalige vriend en vader van mijn kinderen, die op dat moment geluidstechnicus van de Prodigal Sons was, toentertijd een behoorlijk succesvolle band in het clubcircuit. Bezweet struinde ik door de backstage-tenten tot ik een doucheruimte tegenkwam.

Iedereen is van de wereld
Het was er tamelijk uitgestorven en op de achtergrond hoorde ik The Scene ‘Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen’ zingen. Ik vond dat Thé een prima punt had, kleedde me uit en stapte onder een van de douches met mijn zoontje op mijn arm die automatisch begon te drinken. De douches waren slechts afgescheiden door halve klapdeurtjes dus iedereen die binnenkwam kon ons zien staan, maar dat deerde me niet. Ook niet toen de bassist van Herman Brood met veel herrie kwam binnendenderen. Toen hij mij en mijn zoontje zag viel hij stil, keek een tijdje vertederd naar ons en stapte doodgemoedereerd in het douchehokje naast ons.

Maria
Daarna stormde een van de muzikanten van de The Stranglers (‘Golden Brown’, ‘No More Heroes’) binnen, die daar ook speelden die dag. Bij het zien van mij en mijn zoontje stond hij als aan de grond genageld. “Maria,” fluisterde hij, alsof ik een visioen was dat zou verdwijnen zodra hij geluid maakte.

En de wereld is van iedereen
Met dit in gedachten vielen deze reacties, eenentwintig jaar later, me enigszins rauw op mijn dak. Ik snap werkelijk niet waarom mensen zo spastisch omgaan met iets wat zo verschrikkelijk normaal, natuurlijk en prachtig is. ‘Iedereen is van de wereld, en de wereld is van iedereen’ tenslotte.

Ik zou zeggen, borstvoeding gevende moeders in het hele land, verenigt u. Trek je niets aan van wat de preutse, zuinige en zanikende goegemeente ervan vindt en voed je kind overal waar je maar wilt! Voor wat het waard is: mijn zegen hebben jullie.