Vaarwel verenkleed! Bonte mannetjesvogel verliest kleur

Mannetjes- en vrouwtjesvogels gaan in de loop van de evolutie meer op elkaar lijken, zo toont een overzichtsstudie aan. Seksuele selectie zoals bij de pauw, waar het mannetje imponeert met een bont verenkleed, is veeleer uitzondering.

De Amerikaanse biologen Peter Dunn en Linda Whittingham van de University of Wisconsin vonden dat er bij vogelonderzoek doorgaans te veel gefocust wordt op de uiterlijke verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes. Want in veel gevallen is er juist weinig of geen onderscheid. Meer nog: evolutie drijft mannetjes- en wijfjesvogels qua uiterlijk juist meer naar elkaar toe.

Dat ontdekten de biologen na onderzoek op 977 vogelsoorten. De gegevens werden verzameld door een doctoraalonderzoekster van de universiteit, die van elke soort drie mannetjes en drie vrouwtjes samenraapte uit museumarchieven. Dunn en Whittingham gaven elke vogel vervolgens een score op basis van de helderheid en kleur van hun verenpak.

Nader onderzoek wees uit dat als er verschil is, mannetjes meestal kleurrijker gekleed gaan dan wijfjes. Maar over het algemeen groeien beide geslachten juist naar elkaar toe. Als de mannetjes bonte veren hebben, heeft dat te maken met seksuele selectie: hij wil vrouwtjes lokken om te paren. Maar natuurlijke selectie blijkt meestal toch de bovenhand te nemen. “Als beide geslachten soberder gekleurd zijn en meer op elkaar gelijken, gaan ze beter op in hun omgeving,” aldus de onderzoekers. “Zo zijn ze beter beschermd tegen roofdieren. Dat geldt voor beide seksen.”

En nog een verrassende bevinding: mannetjesvogels met meerdere partners – zoals de overwegend zwarte epauletspreeuw – hebben doorgaans juist een minder kleurrijk verenpak.