Fairtradelogo onvoldoende voor duurzame cacaosector

Er is steeds meer chocolade met een duurzaam keurmerk, maar de positie van arme boeren in de productieketen van cacao blijft dramatisch slecht. Dat bleek eerder deze maand uit de Cacao Barometer 2015, een internationaal initiatief van de belangrijkste organisaties die betrokken zijn bij de productie van duurzame cacao. Weliswaar gebeurt er heel veel in de sector, het probleem van extreme armoede van cacaoboeren blijft bestaan. Een paar bedrijven domineren driekwart van de keten, terwijl de vele cacaoboeren slecht georganiseerd zijn. Daar moet verandering in komen.

Het aandeel van fairtradechocolade op de markt is tussen 2009 en nu gestegen van 2 procent naar 16 procent, maar de boeren hebben hier weinig aan. Hun financiële positie blijft slecht, terwijl grote bedrijven beweren dat ze met hun gecertificeerde chocolade de cacaoboeren uit de armoede helpen. Dat is echter niet het geval, zegt Martin Christy, oprichter van Seventy%, een organisatie die zich inzet voor kennis over kwaliteit en oorsprong van chocolade. Christy: “Er zijn maar weinig mensen die ik heb ontmoet in de cacao- en chocoladeindustrie die geloven dat fairtrade werkt voor chocolade. Fusies en overnames hebben ertoe geleid dat slechts een handjevol bedrijven 80 procent van de keten domineren, terwijl miljoenen boeren slecht georganiseerd zijn. De zogenaamde fairtradepremie – ongeveer 400 dollar per ton cacao – is niet genoeg om veel verschil te maken in het leven van boeren, en er is veel bewijs dat het merendeel van dat bedrag de boeren nog niet eens bereikt.” Al met al heeft het certificaat nog niet tot een ‘betere’ industrie geleid.

Toch zijn er lichtpuntjes. Ivoorkust, de belangrijkste exporteur van cacao, is inmiddels begonnen aan een serieuze hervorming van de sector, tot groot ongenoegen van de industriele sector, waarin de winst daalde. Deskundigen beweren dat de inkoopprijs bij boeren met 40 procent is gestegen, mede door projecten die cacao rechtstreeks van de boer kopen. Andere producerende landen, zoals Ghana lijken dit voorbeeld te gaan volgen. Volgens Christy moeten de landbouwers ook fatsoenlijk betaald worden om een goede kwaliteit cacao te kweken en niet om goedkope chocoladerepen te produceren. “De prijs voor goede cacao is meestal toch al ver boven de fairtradeprijs,” zegt Christy. “Het enige dat fairtrade doet is klanten weglokken bij projecten die echt helpen, zoals het rechtstreeks inkopen van cacao tegen een werkelijk eerlijke prijs. Fairtradecertificering laat consumenten denken dat alle problemen in de cacaoproductie kunnen worden opgelost door goedkope chocoladerepen met een label dat meer te maken heeft met marketing dan met ethiek.”

Dat marketing van fairtrade in de cacaoindustrie van belang is, blijkt wel uit de cijfers. In 2009 bedroeg het aandeel chocolade met een keurmerk nog 2 procent van het totaal, nu is dat 16 procent van de mondiale verkoop en meer bedrijven zijn van plan hun cacao als duurzaam te certificeren. De Cacao Barometer bepleit nu dat enkel certificering onvoldoende is. Het rapport stelt: “Om boeren echt uit de problemen te helpen zijn andere maatregelen nodig als productiviteitsverhoging of schaalvergroting. Het prijsmechanisme moet veranderen, chocola moet duurder worden.”