Hoe geroofde Joodse kunst in handen van Oranjes kwam

Gisteren werd bekend dat het Koninklijk Huis naziroofkunst bezit. Het gaat om Het Haagse Bos met zicht op Paleis Huis ten Bosch van Joris van der Haagen, dat in 1960 was aangekocht door koningin Juliana. De Joodse verzamelaar moest het schilderij in 1942 afstaan aan de roofbank Lippmann, Rosenthal en Co in Amsterdam. Willem-Alexander geeft het schilderij terug aan de erfgenamen van de Joodse eigenaar. 

Kunstroof in de oorlog is van alle tijden, maar geroofde kunst uit de Tweede Wereldoorlog die in het bezit is van de Oranjes staat vaak garant voor heel veel publiciteit. De commissie Herkomstonderzoek Koninklijke Verzamelingen laat op haar website weten dat tot de koninklijke verzamelingen tienduizenden objecten behoren: “Er is één schilderij aangetroffen waarvan de herkomstgeschiedenis naar het oordeel van de begeleidingscommissie verwijst naar onvrijwillig bezitsverlies tijdens de Duitse bezetting.”

Dat is er één te veel. Maar het gaat om zelfs twee schilderijen met een problematische herkomst. Het zou gaan om het schilderij Heilige Hubertus in een landschap van Paul Bril. Onderzoeksjournalist Cees van Hoore onthulde vorige maand dat Juliana dit schilderij van Bril had gekocht van de Stichting Nederlands Kunstbezit. Deze stichting hield zich bezig met de opsporing van geroofde kunstwerken.

Het schilderij van Bril kwam uit de inboedel van een berucht kunstrover: de Oostenrijkse nazi Hans Fischböck. Voor de oorlog was het in bezit geweest van de Joodse kunstenaar Jos Gosschalk. Volgens de onderzoekscommissie was het schilderij voor de bezetting nog verkocht en kan het schilderij niet worden gekwalificeerd als roofkunst.

Van Hoore laat aan de NOS weten dat het rapport van de commissie aan alle kanten rammelt en dat er onvoldoende bewijs is om te stellen dat het schilderij Heilige Hubertus in een landschap van Paul Bril niet onder roofkunst valt. Hij vertelde het volgende tegenover de NOS: “Het rapport scheert zorgvuldig langs alle, voor het Koninklijk Huis gevaarlijke, klippen.”

20.000 werken
Volgens Annemarie Marck, woordvoerster Restitutiecommissie is het geen verrassing dat er iets aangetroffen zou worden waar een besmette herkomst aan zat. Dat zei ze dinsdagavond in RTL Late Night. “In principe kan in elk museum naziroofkunst aan de muur hangen, zonder dat dat tot dusver bekend was. Het is pas de laatste jaren zo dat heel veel bronnen die wij onderzoeken om dit soort kunstwerken te vinden beschikbaar worden.” Het kans volgens Marck alsnog zo zijn dat in de toekomst een besmet kunstwerk boven water komt drijven, maar ze acht de kans klein.

Toch worden er vandaag de dag nog 20.000 werken vermist. Annemarie Marck zegt daarover: “Na de oorlog zijn veel kunstwerken opgegeven als vermist bij de stichting en die worden nu in kaart gebracht. Al die gegevens worden op internet gepubliceerd en zo kan wereldwijd worden gekeken in die database zodat eigenaar en schilderij aan elkaar gekoppeld kunnen worden.”

Eerdere roofkunst
In 2012 bracht onderzoek aan het licht dat een schilderij van koning Willem II te paard geroofd Joods bezit was geweest. In 2014 werd bekend dat de kunstcollectie van Paleis ’t Loo in het bezit was van een kostbaar, porseleinen Meissen-servies. Deze stukken keramiek waren ooit in het bezit van de Joodse familie Gutmann en zouden onder dwang van de nazi’s geveild zijn.