Een lesje onbaatzuchtigheid voor Algemeen Dagblad

Bij ons op de voetbalclub heb je Henk. Iedere voetbalclub heeft een Henk. Al heet Henk soms anders. Het zijn mensen die vergroeid zijn met de vereniging. Zich inzetten voor de club is voor hen net zo logisch als water uit de kraan. Onze Henk is geboren in 1931 en daarmee uit hetzelfde bouwjaar als onze club. Toeval? Waarschijnlijk niet. Ik sluit zelfs niet uit dat Henk, conform onze clubkleur, met geelzucht is geboren.

Ondanks zijn 83 lentes is Henk nog iedere week op de club. Geflankeerd door thermoskannen en koekjes ontvangt hij tegenstanders en scheidsrechters in de bestuurskamer. Een betere gastheer kunnen zij en wij niet wensen. Daarnaast pent hij (Henk heeft niets met computers) wekelijks een column voor de website. Wat Henk hiervoor in ruil verwacht? Helemaal niets. Desalniettemin staat er bij wedstrijden van de eerste elftallen een speciale tuinstoel voor hem klaar langs het veld. Henk gaat dan in de stoel zitten en schalt af en toe het gevleugelde “Hup geelzwarte leeuwen!” over het veld.

Jaarlijks wordt er tijdens de ledenvergadering een dankwoord uitgesproken en soms wordt hij zelfs jolig toegezongen. Maar eigenlijk proef je iedere week de waardering voor dit clubicoon. Henk wordt niet aangesproken met zijn voornaam, maar met het respectvolle meneer Van Driest. Respect dwing je af, zo wil het cliché. En het cliché wil ook dat clichés waar zijn. Meneer Van Driest vraagt nergens om. Nouja, misschien impliciet. Voor meneer ligt altijd een fles jenever koud.

Soms biedt iemand hem abusievelijk bier aan. “Ik drink geen zwakstroom,” luidt het steevaste antwoord. Eén van zijn vele gebbetjes. Enkele jaren was ik de wedstrijdsecretaris van de club. Dit betekende dat ik wekelijks het speelprogramma met meneer Van Driest moest doornemen. Als deze ‘vlegel’ zijn telefoon niet kon opnemen, sprak hij mijn voicemail in. Het ultieme voorrecht van het centrum van de macht bestaat bij onze club uit schunnige grapjes op je voicemail.

Gelukkig treffen we elkaar nog regelmatig in de kantine voor een praatje. Bij het afscheid pakt hij uit gewoonte vaak even mijn bovenarm vast. Met het klimmen van de jaren drukken de vingers zich steeds tederder in mijn arm. Op zulke momenten voel ik soms de weke waarheid dat al het goede eindig is. De solide financiële positie van de club gecombineerd met het sterfelijke karakter van de mens resulteert erin dat de club op een zekere dag ouder zal worden dan het clubicoon. Een geruststellende en verdrietige gedachte tegelijk.

Tot die tijd moeten we elke gelegenheid grijpen om onze waardering voor meneer Van Driest te uiten. Afgelopen week deed zich een mogelijkheid voor toen de voorzitter mailde dat meneer Van Driest was genomineerd voor een Clubhelden-verkiezing. Of we wilden stemmen. Ik klikte op het meegezonden linkje en moest ons clubicoon beoordelen op stompzinnige criteria als inzet, betrokkenheid, deskundigheid en onmisbaarheid. Met viermaal de maximale score deed ik meneer Van Driest oneindig veel tekort. Toen ik mijn formulier wilde verzenden kwam de aap uit de mouw. Of ik gratis het Algemeen Dagblad wilde ontvangen. Nee, dat wil ik niet. Er kwam een nieuw menu waar ik een hoop gegevens moest invullen, waaronder mijn telefoonnummer en e-mailadres.
Ik las de algemene voorwaarden. “U geeft het AD hiermee (met mijn stem) toestemming om per e-mail en telefoon contact met u op te nemen voor een passend aanbod.” Een promotionele actie verpakken als een vrijwilligersverkiezing. Onbaatzuchtigheid blijft moeilijk voor bedrijven. Niet alleen onze voetbalclub heeft meneer Van Driest nodig, heel de wereld kan wel een beetje meer Henk gebruiken.