Onderzoek: huidkanker door zonvakanties jaren ’60

Een all-in-vakantie naar de Spaanse Costa of een ander willekeurig zonnig oord aan de Middellandse Zee. Tegenwoordig een tikje fout bevonden of gelinkt aan jongeren die voor zo min mogelijk geld zo veel mogelijk willen feesten. Zo niet in de jaren zestig. Wie met de auto of – nog decadenter – het vliegtuig naar de Zuid-Europese kust ging voor een zonvakantie had het dik voor mekaar. Maar nu, vijftig jaar later, worden die geheel verzorgde vakanties aangewezen als grote boosdoener: ze zouden hebben gezorgd voor een flinke toename in het aantal gevallen van huidkanker.

Britten van 65 jaar en ouder hebben tegenwoordig een grote kans om huidkanker te krijgen, zeven maal groter dan veertig jaar geleden. Mannen lopen tien keer zo veel kans een melanoom te ontwikkelen dan de generatie van hun ouders; bij vrouwen is die kans vijf keer zo groot. De gegevens komen van Cancer Research UK. Volgens de onderzoekers wordt in het Verenigd Koninkrijk tegenwoordig jaarlijks bij zo’n 5700 65-plussers vastgesteld dat zij een schadelijke melanoom hebben, vergeleken met ‘slechts’ 600 gevallen in de jaren zeventig.

De organisatie wijdt die extreme toename voor een groot deel aan die ‘vakantieboom’ die in de jaren zestig ontstond. Wie na een weekje aan de Costa terugkeerde naar het regenachtige thuisfront, moest immers wel een bruin kleurtje kunnen showen. Dat die Britse witte huidjes daar niet bepaald aan waren gewend en het belang van zonnebrandcrème ook nog niet bij iedereen was doorgedrongen, dat leek niet zo’n punt.

Eens in de twee jaar flink verbranden kan het risico op een melanoom al verdrievoudigen. Een rodere huid na het zonnen is zelfs al een indicatie van opgelopen schade, zeggen deskundigen van het Britse researchcentrum, die er tevens op wijzen dat de effecten van de zon cumulatief zijn.

In het Verenigd Koninkrijk worden jaarlijks 13.300 mensen gediagnostiseerd met een melanoom. Vaak kan deze vorm van huidkanker goed behandeld worden, maar desondanks overlijden er elk jaar zo’n 2100 patiënten. Onder 15- tot 34-jarigen is het de op één na meest voorkomende vorm van kanker.