Frank de Boer heeft ongelijk. Dat moet wel.

Het voetbaldebat kent vele dooddoeners, maar de domste is toch wel: een winnende coach heeft altijd gelijk. Dat heeft die coach in werkelijkheid helemaal niet. Een winnende trainer gelijk geven is een manier om het gesprek dom te houden. Stop nu maar met je wijsneuzigheid, de trainer won dus hij snapt het. Zie Frank de Boer. Die kreeg tussen december 2010 en mei 2014 van iedereen gelijk, want hij won. En afgelopen zondag zat hij als een geslagen hond voor de camera’s van Studio Voetbal, want ja, alweer niet gewonnen.

Zo blijft de wereld overzichtelijk. Wat Studio Voetbal en tal van mediaredacties vergeten met hun kritiek op het saaie breedtevoetbal van Ajax, is dat het spel in de succesvolle jaren niet zoveel anders was. Op weg naar de vier opeenvolgende landskampioenschappen ging de bal slaapverwekkend vaak breed, en terug, en dan naar links en naar rechts, maar dat gaf niet. Frank de Boer zei achteraf dat Ajax had gedomineerd, dus had Ajax gedomineerd. De winnende coach zei het zelf. De Boer wees op het slimme positiespel en iedereen knikte, inderdaad Frank, fantastisch gewoon, dat positiespel.

Dieptevoetbal
Het heen en weer schuiven op de eigen helft had weinig te maken met de tegenstander onder druk zetten, wat des Ajax’ heet te zijn, maar wie geen winnende coach was, had geen recht van spreken. Het scorebord gaf het breedtevoetbal de allure van dieptevoetbal. De mensen hadden heel iets anders gezien dan ze tijdens het kijken nog dachten. Dat er onder De Boer geen aansprekende aanvallers doorbraken tot 2014, en dat niemand zich ontwikkelde tot een persoonlijkheid kon onmogelijk aan de coach liggen. Hij won.

Dat Ajax na jaren van wisselvalligheid weer samenhang en zelfvertrouwen toonde, lag aan De Boer. Dat er zelden sprankelend ten aanval werd getrokken, lag niet aan De Boer. Dat kon niet. Hoe kan een winnende trainer nou niet sprankelen? Intussen viel er vrijwel geen vleugelspel te bekennen, maar dat was een onmogelijke observatie, eigenlijk gewoon een leugen, zo lang de winnende trainer zei dat Ajax heer en meester was geweest.

Omgekeerd krijgt De Boer dit seizoen niet de lof die hem toekomt voor het laten doorbreken van de jonge vleugelspelers Ricardo Kishna en Anwar El Ghazi. Of voor het vloeiend inpassen van de sierlijke middenvelder Daley Sinkgraven. De momenten van verrukking waren groter dan voorheen. Of nee, toch niet, want hoezo, eindelijk meeslepende acties? Heb je het scorebord niet gezien?

Iedere zondag schrijft Auke Kok voor HP/De Tijd een column over sport.