Het Oranjesprookje: ‘Er hangt een vrij merkwaardig, bijna stalinistisch sfeertje’

Ze bestuderen alle drie het koningshuis en schreven er diverse boeken over. Dorine Hermans als historica, Remco Meijer en Jan Hoedeman als journalisten van de Volkskrant. Drie royaltywatchers over de vergaande invloed van de Oranjes, hun opvliegende karakter en de noodzaak om het sprookje in stand te houden.

Wat intrigeert jullie het meest aan het koningshuis?
Remco Meijer: “Een particuliere familie in het hart van de democratie – wat doen ze daar? Hoe autonoom zijn ze? Wie legt er verantwoording af bij het parlement? Hoe zijn ze politiek ingebed? Dat is mijn fascinatie. En een tweede reden is dat, toen ik ooit bij Elsevier kwam werken, het onderwerp monarchie daar in handen was van een uitgesproken republikein, Bert Bommels. Steeds als het ter sprake kwam, zei hij: ‘Er is een mevrouw die denkt dat ze koningin is, maar daar gaan wij natuurlijk niet over schrijven.’ Daar moest ik wel om lachen, maar ik vond het een vrij vreemde houding. Toen heb ik mijn vinger opgestoken.”

Voelde je daar een beetje schroom bij?
Meijer: “Het was inderdaad geen cool onderwerp, maar ik kreeg vrij snel steun. Het eerste nummer dat we daarna over het koningshuis maakten, werd een bestseller. Mijn motto is daarna altijd gebleven: dit onderwerp is te belangrijk om aan de roddelbladen over te laten.”
Dorine Hermans: “Maar het is nog steeds niet echt sexy. Als mensen op feestjes vragen: ‘Wat doe jij?’ en ik zeg: ‘Ik schrijf over het koningshuis,’ wil ik er eigenlijk direct achteraan zeggen: ‘Dat is heel leuk, hoor!’ Je ziet meteen dat mensen denken…”

…wat een Libelle-getrut?
Hermans: “Ja, het heeft nog steeds geen goed imago.”

Willem-Alexander sprak ooit over zijn koningschap als een bijna onmenselijk offer. Zou je het bij Amalia als een vorm van kindermishandeling kunnen zien dat zij in een dierentuin opgroeit?
Hoedeman: “Ik vind het wel terecht dat je die vraag stelt.”
Hermans: “Toen Amalia net geboren was en ik die idiote batterij aan fotografen zag die allemaal dat baby’tje wilden fotograferen, dacht ik: dit kan gewoon echt niet. Maar wij zullen nooit weten wat we die mensen aandoen, en zij zullen het nooit zeggen.”

Ze geven het wel aan in interviews.
Hermans: “Het hoort in Nederland ook wel een beetje dat je niet iets zegt als: ‘Het is zo’n leuke baan! Het is een peuleschil en we amuseren ons kapot.’ Het is altijd beter om een beetje zwaar te doen, dan kom je serieuzer over. Maar ik denk wel dat het zwaar is. Claus heeft het ook gezegd: ‘Je kunt het je pas voorstellen als je er zit.’ En Beatrix zei: ‘Ik heb zelfs naast de troon niet kunnen weten hoe eenzaam het is.’ Terwijl zij ermee is opgegroeid.”
Hoedeman: “Daar hebben ze wel van geleerd, hè. In die zin dat Beatrix en Claus heel goed wisten dat Willem-Alexander zich flink moest kunnen uitleven voordat hij koning werd. En dat er voor Máxima een goed programma moest komen zodat zij niet knettergek zou worden.”
Meijer: “Claus mocht niet voor Ontwikkelingsamenwerking werken, terwijl Máxima nu een functie bij de VN heeft. Dat is wel de slag die ze gemaakt hebben.”

Heeft het daar ook mee te maken dat die aangetrouwde exemplaren voorheen toch een beetje een klap van de molen leken te krijgen? Claus werd depressief, Bernhard een losgeslagen playboy.
Meijer: “Ja, toen wel, maar ze hebben nu echt een soort van familieverdeling, hè. Ze vergaderen daar ook over. Zo van: Laurentien doet de leesbevordering, Constantijn heeft zijn loopbaan in Brussel, Margriet zit bij het Rode Kruis, Pieter heeft zijn veiligheidsonderwerpen.” Allemaal ter voorkoming van dat gevangenisgevoel?
Meijer: “Ja, precies. Zodat iedereen die in die glazen koets moet opereren een zinnige bijdrage kan leveren en niet zoals Claus na drie jaar ontwikkelingssamenwerking door De Telegraaf  kapot werd geschreven en terug het paleis in moest.”

Moeten jullie ook altijd op je woorden letten? Het is soms alsof mensen het moeilijk vinden om het koningshuis niet te behagen.
“Dat is inderdaad waar. Ik vind het een vrij merkwaardig, bijna stalinistisch sfeertje dat er heerst. Dat merkten wij ook toen de koningin boos op ons was. Ineens waren wij een soort uitgestotenen. Dan wilde een tv-programma een interview met ons doen op Soestdijk of Paleis het Loo, iets wat nooit een probleem was, en ineens kon dat niet meer. Terwijl, die paleizen zijn van Nederland, van de staat, daar heeft die familie niets over te zeggen. Daardoor krijg je toch het idee dat je je niet mag misdragen.”

Het complete interview van Nathalie Huigsloot met Dorine Hermans, Remco Meijer en Jan Hoedeman leest u in de HP/De Tijd die nu in de winkel ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig abonnement af.

DRIE