Lang leve de spaartaks!

“Elke sukkel haalt meer dan vier procent rendement. Wie dat niet lukt kan bij mij staatsobligaties krijgen, met een procent of zes rendement.” Gerrit Zalm mocht en mag graag stangen. Recent nog als CEO van ABN Amro in zijn reactie op de ophef naar aanleiding van de salarisverhoging van zijn collega’s (“Geen graaicultuur, maar een inlevercultuur.”) Maar ook in zijn tijd als minister van Financiën, getuige bovenstaande uitspraak uit 2001.

Zalm zei dit bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel. Dat maakte onder meer een eind aan de vermogensbelasting en de belastingen op rente en dividend. Het kabinet introduceerde de vermogensrendementsheffing (vrh) – lof voor de spindoctor die dit woord bedacht heeft; 43 punten met Scrabble! Sindsdien betaalt iedere Nederlander jaarlijks 30 procent belasting over een forfaitair (lees: denkbeeldig) rendement van 4 procent over zijn inkomen uit sparen en beleggen in box 3. Dat resulteert in een heffing van 1,2 procent over vermogen boven de vrijstellingsgrens van 21.000 euro.

De meeste Nederlanders waren maar wat blij met die vrh, door de krant van wakker Nederland ten onrechte steevast spaartaks genoemd. Bij de aangifte hoefden zij alle rente- en dividendinkomsten niet langer in te vullen. De Belastingdienst en de banken gingen helemaal uit hun dak. De fiscus omdat men daar jaarlijks de handen vol had aan het verwerken van alle rente- en dividendinkomsten; de banken omdat zij daarmee eindelijk een punt konden zetten achter de door hen zo vervloekte renterenseignering: het onbetaald doorsluizen van al die informatie naar de Belastingdienst.

Proefproces
Maar de crisis zorgde voor een kentering. De rente daalde. Inmiddels ligt de spaarrente op vrij opneembare tegoeden hooguit op een luttele 1,5 procent, terwijl de rente op tienjarige staatsleningen zelfs onder de 0,4 procent is gedoken. Dat is nogal een verschil met de 4 procent die de basis vormt voor de vrh.

Gevolg: de Hardwerkende Nederlander begon te morren. En dan met name de categorie die zijn zuur verdiende centen veilig op een spaar- of depositorekening heeft geparkeerd. De Bond voor Belastingbetalers startte zelfs een proefproces. En in aanloop naar weer een nieuwe make-over van het belastingstelsel gaan ook in Den Haag steeds meer stemmen op om nog eens goed te kijken naar de rendementsheffing.

Een uitspraak van de Hoge Raad gooide begin april olie op het vuur. Een heffing waarbij wordt uitgegaan van 4 procent rendement zou kunnen leiden tot ‘een buitensporig zware last voor spaarders’, zo concludeerden de raadsheren. De vrh zou zelfs weleens in strijd kunnen zijn met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens, voegde de Raad daaraan toe.

Mestvaalt?
Een leuk onderwerp voor een achtergronditem, meende Nieuwsuur. De redactie van het televisieprogramma stuurde Dominique van der Heyde – die met de handjes – op pad. De plaatsvervanger van Ferry Mingelen op aarde wist wel raad met deze kluif. De PvdA en VVD hielden zich nog redelijk rustig. Er moet een reëel in plaats van een fictief rendement komen, opperden de woordvoerders van beide coalitiepartijen opvallend eensgezind.

De SP ging helemaal los. Alsof er zojuist een bloedig stuk vlees in de politieke arena was geworpen. Voor het proletariaat moet de vrh naar nul, voor kapitalisten van 1,2 naar 1,9 procent, suggereerde kameraad Farshad Bashir. Om zijn woorden kracht bij te zetten toonde de financieel expert van de SP op zijn beeldscherm een grafiek van de AEX-index. Die was alleen dit jaar al 14 procent gestegen. Schande!

Belangrijkste vraag is natuurlijk: moet de vermogensrendementsheffing – 86 punten! – naar de mestvaalt? En zo, ja: wat dan? Of moet het forfaitair rendement op de schop?

Herijking
De heffing helemaal afschaffen, is onwenselijk. Alternatieven, zoals terug naar de situatie van voor 2001, maken deze belastingheffing nodeloos ingewikkeld en duur. Maar vasthouden aan de 4 procent is ook onrechtvaardig.

Waarom niet gewoon jaarlijks een herijking? Dat is minder gecompliceerd dan het in eerste instantie lijkt. Toonaangevende graadmeters zoals de MSCI World Index en het rendement op tienjarige Duitse bunds (staatsleningen) bieden voldoende houvast.
Blijft natuurlijk dat mensen hun vermogen verschillend beheren. De een zweert bij een deposito, de ander kiest voor bijvoorbeeld aandelen of vastgoed. Ook die informatie is beschikbaar – het CBS maakt deze gegevens op kwartaalbasis bekend. Met die cijfers kan een modelportefeuille worden samengesteld.

Ingewikkeld? Welnee. Een slimme trainee van de Belastingdienst schrijft er zo een programmaatje voor. Of anders een van die quants, de duurbetaalde whizzkids die voor banken derivaten en andere ingenieuze financiële producten bedenken. ABN Amro heeft er vast nog wel een te leen. De staatsbank heeft per slot van rekening nog wat goed te maken.

Meer leuke content? Like ons op Facebook