Zelfportret: Esther Gerritsen

Esther Gerritsen (Nijmegen, 1972) schrijft het Boekenweekgeschenk van 2016. In 2010 onderwierpen we de schrijfster aan een ‘zelfportret’: een serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Angstig enthousiast. Tijdens het schrijven van mijn boek bepaalde alleen ik wat er gebeurde, maar nu het uit is, mag de hele wereld zich er mee bemoeien.

Wie zijn uw helden?
Gillian Welch, omdat zij de beste countryzanger en tekstschrijver is die ik ken. Een vrouw bovendien, wat ook prettig is. En Bill Monroe, de uitvinder van de bluegrassmuziek. Hij beschikte over een inspirerend soort arrogantie. Hij wist alles beter en als je bij hem in de band speelde, moest je ook op zijn boerderij werken.

Aan wie ergert u zich?
Aan lui die zeuren over mensen die te hard bellen in de trein. Dat klagen zien ze dan ook nog als een teken van beschaving en de harde bellers zijn zogenaamd de onbeschoften. Maar die klagers vinden het wel prachtig als ze in een bus in India een geit op schoot krijgen. Er wordt zoveel gezeurd.

Lijkt u op uw vader?
Ik heb dezelfde maat hoofd. Ik kan hoeden voor mijn vader kopen.

Wat zijn uw dagdromen?
Ik dagdroom mijn hele leven al dat ik mensen red. Dan zit ik op de fiets en zie ik iemand rennen, dan verzin ik een belangrijke reden waarom hij haast heeft en dat ik hem dan help door hem op de fiets te nemen. In werkelijkheid stop ik nooit.

Wat is uw grootste angst?
Lichamelijke verminking.

Bidt u wel eens?
Nee. Maar ik brand wel kaarsjes als ik langs een kerk kom en dan denk ik aan de doden. Ik stel me hen altijd voor als een groepje dat het samen heel leuk heeft.

Bent u aantrekkelijk?
Ik kan het zijn. Maar ik houd het nooit lang vol.

Wat is uw definitie van geluk?
Dat je iets doet dat nergens goed voor is, maar zo prettig is dat dat ook niet hoeft.

Waar schaamt u zich voor?
Voor mijn misplaatste, overtrokken beleefdheid. Als de bakker mij gewoon brood geeft, zeg ik: “Geweldig!” Want het grootste gevaar is natuurlijk dat iemand je niet aardig vindt.

Bent u monogaam?
Tot nog toe wel.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Toen ik ’s ochtends vroeg om acht uur in de krant las dat ze bij de Paralympics zeggen, voordat het volkslied wordt gespeeld: “If you can, please rise.” En toen ik op het journaal de opgesloten Chileense mijnwerkers het volkslied zag zingen.

Hoe moedig bent u?
Hierop durf ik geen antwoord te geven.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mijn overleden vriendin Frederice. Zij leerde me normaal te doen en niet koket of aanstellerig, waartoe je al snel geneigd bent. Als ik ergens mee zit, stel ik mij voor dat ik het aan haar vertel. Dan zie ik haar gezichtsuitdrukking voor me en weet ik genoeg.

Wat is uw grootste ondeugd?
IJdelheid. Dat er een groepsfoto wordt gemaakt en dat het er alleen toe doet hoe ik er op sta.

Wanneer was u het gelukkigst?
Toen ik zwanger was. Je kunt je dan niet permitteren aan nare dingen te denken.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Als ze niet constant glimlacht.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Als hij aardig is. Mannen wordt, in tegenstelling tot vrouwen, niet geleerd om voortdurend aardig te zijn. Dus als een man aardig is, geloof ik hem.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou willen dat ik mezelf erg leuk en mooi vond. Maar ik hoef niet daadwerkelijk ook leuk en mooi te zijn.

Wie is uw grootste liefde?
Mijn man, Jeroen. Hij is een van de weinige mannen die ik niet alleen van veraf, maar ook van dichtbij mooi vind.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik heb vaak dingen geprobeerd waarvoor ik geen enkel talent had. Zo heb ik zes jaar lang gevoetbald. Ik vond het niet leuk en ik was er slecht in, maar het leek me zo stoer als ik het zou kunnen. Ook heb ik jaren in de medezeggenschapsraad van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht gezeten, terwijl ik eigenlijk niet begreep waar het over ging.

Gelooft u in God?
Nee. Maar ik doe wel alsof er een hiernamaals is waarin ik de doden zal weerzien.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Daar ben ik lang obsessief mee bezig geweest, maar sinds kort doe ik dat niet meer. Ik zou zeggen: wie zich gekwetst voelt, mag zich melden.

Waaraan bent u het meeste gehecht?
Aan twee houtjes die ik als kind op scoutingkamp heb gevonden. Ik mocht ze niet meenemen van de leidster omdat het rotzooi zou zijn, maar ik deed het stiekem toch. Ze maken een heel mooi geluid als je ze op elkaar slaat en ik heb ze al 28 jaar.

Wat is de beste plek om te wonen?
Een grote stad. Je hoeft nooit zelf te koken.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Door het te negeren zolang dat mogelijk is.

Wat is uw devies?
De mens is op aarde om rond te lummelen en laat niemand je iets anders wijsmaken.