Waarom Europa dreigt met een miljardenboete voor Google

Nu de Europese Commissie het zo goed als definitieve besluit heeft genomen om een mededingingszaak aan te spannen tegen Google, mag de Amerikaanse internetgigant zich grote zorgen gaan maken. Het is niet de eerste keer dat Google door Europa wordt aangepakt. Zo wilde het Europees Parlement vorig jaar al dat Google zich vanwege de grote macht van het bedrijf opsplitst, en er was ook nog het ‘recht om vergeten te worden’, dat Europa min of meer succesvol oplegde.

De Europese Commissie maakte woensdag door middel van een persconferentie bekend Google te zullen aanklagen. Althans, dat is de intentie van de EC. Google krijgt enkele maanden om zich te verweren. De Europese Commissie vindt het onjuist dat Google de eigen diensten (zoals webwinkels) bovenaan plaats in de zoekresultaten. Dat zou leiden tot oneerlijke concurrentie.

Nu is het op zich niet verboden om reclame te maken voor eigen diensten (welk bedrijf doet het niet?) maar Google heeft zo’n dominante marktpositie – in Europa heeft het meer dan 90 procent van de zoekmarkt in handen – dat andere partijen min of meer worden ‘weggeblazen’. Voor de Europese consument staat zoeken op internet gelijk aan Google. De Eurocommissaris voor Mededinging Margrethe Vestager zegt hierover: “Met een dominante marktpositie heb je ook de verantwoordelijkheid om die positie niet te misbruiken: niet in je dominante markt en niet in aangrenzende markten. Het gaat er hier om dat consumenten de best mogelijke resultaten krijgen met hun zoekvraag.”

Als de Commissie gelijk krijgt in de zaak tegen Google – wat wel twee jaar zou kunnen duren – dan kan zij forse boetes uitdelen. Zo’n boete kan oplopen tot 10 procent van de jaaromzet van een bedrijf. In het geval van Google zou dat 6,6 miljard dollar zijn. In het recente verleden kreeg het eveneens Amerikaanse Microsoft honderden miljoenen boetes opgelegd omdat het met besturingssysteem Windows standaard de browser Internet Explorer en de mediaspeler Windows Media Player meeleverde. Volgens Europa hadden andere browsers en mediaspelers daardoor te weinig kansen.

In een interne mail aan medewerkers – die vrij snel uitlekte – schrijft Google ‘een sterke zaak’ te hebben en te zullen proberen aan te tonen dat veel andere webdiensten op de grote Europese markt floreren ondanks of misschien wel dankzij Google.

Bovendien, zo meent Google, neemt de relevantie van de zoekmachine af omdat consumenten steeds meer producten en diensten zoeken via applicaties op hun smartphone. Dat vindt de Europese Commissie blijkbaar ook; het dagelijkse bestuur van de EU heeft al laten doorschemeren dat het ook de positie van Googles mobiele besturingssysteem Android gaat onderzoeken. De EC zal niet alleen kijken naar de machtige positie van Google op Android-toestellen, maar ook naar de manier waarop Google fabrikanten van smartphones als het ware ‘dwingt’ om bepaalde apps (denk aan Gmail en Google Now) standaard te installeren op de toestellen van Android-gebruikers.

Geert Poorthuis is boekhandelaar en schrijft regelmatig voor HP/De Tijd over recente ontwikkelingen op cultureel en technologisch gebied.