Het ongemak van vluchtelingen redden

Gedurende enige tijd heb ik filosofie gestudeerd. Een prachtige studie die soms wordt weggezet als een potje intellectuele luchtfietserij. Niet immer op de realiteit geënt en derhalve onpraktisch. “Wat kun je ermee?” , was dan ook een veelgehoorde vraag op mijn studiekeuze.

Soms bekroop mij dat gevoel ook. Bijvoorbeeld als ik tijdens een college ethiek de volgende casus voorgelegd kreeg. Drie kinderen, je dochter en twee vriendinnetjes, raken te water. De twee vriendinnetjes bevinden zich vlak bij elkaar en je dochter is enkele tientallen meters door de stroming meegesleurd. Voor alle drie dreigt de verdrinkingsdood. En jij kunt ze niet allemaal redden. Je kunt je dochter redden en komt te laat voor haar vriendinnetjes. Of je brengt de vriendinnetjes op het droge en kunt je dochter niet meer redden. Moet je numeriek zoveel mogelijk levens te redden? Of is twee niet meer dan één als het gaat om je bloedeigen dochter?

Dergelijke vraagstukken zag ik als interessante gedachte-experimenten, maar ze leken vruchteloos in de echte wereld. De kans dat ik – of iemand anders dan brandweerlieden – ooit op zo’n crue wijze zouden moeten beslissen over leven en dood van anderen leek mij onwaarschijnlijk. Totdat ik gisteren in de Volkskrant het verhaal van de Kroatische kapitein Zeljko Vukovic las.

Hij en zijn bemanning van de zeesleper waren verantwoordelijk voor het op afstand houden van boten bij een boorplatform in de Middellandse Zee. Zij benaderden, naar wat zij dachten, een verdwaalde vissersboot te zien in de buurt van het olieplatform. De kleine boot bleek echter volgestouwd te zijn met circa 250 vluchtelingen. De bestuurder van de kleine boot, vermoedelijk een mensensmokkelaar, bracht de boot moedwillig tot zinken in de hoop dat iedereen gered zou worden en naar het Europese vasteland zou worden gebracht. Drenkelingen probeerden wanhopig de boot van Vukovic te bereiken. De Kroaat riep al zijn bemanning aan dek en liet de reddingsvloten zakken. De reddingsboten hadden te weinig ruimte voor alle vluchtelingen. Vukovic moest kiezen en koos volgens de oude kapiteinswijsheid voor ‘vrouwen en kinderen eerst’.

De vluchtelingen smeekten en gilden om gered te worden. De scheepsbemanning wist 142 overlevenden aan boord te trekken. Een ander schip dat nabij was redde nog eens 70 mensen. Voor 35 mensen kwam de hulp te laat. Stoere scheepsmannen haalden huilend de lichamen uit het water. Zoals iedere held, deed de kapitein zijn heldendom af als alledaagse medemenselijkheid. Hij deed wat een ander in zijn schoenen hopelijk ook zou doen. De gebeurtenissen laten de kapitein uiteraard niet los. Held of niet: zijn levensverhaal is in korte tijd een dik en inktzwart hoofdstuk rijker geworden.

Iedere dag knaagt aan zijn geweten de vraag of hij iets fout heeft gedaan. Had hij het nog beter kunnen doen? “We konden niet iedereen redden, ik moest kiezen. Als ik daarvoor naar de hel ga, het zij zo”, aldus de kapitein. Onze medemenselijkheid kan een ondragelijk last worden als we het onmogelijke niet mogelijk kunnen maken.

Het mogelijke, bijvoorbeeld bed, brood en bad, onmogelijk maken weegt dan ook veel minder zwaar op het gemoed.