Waarom Duitsers zo bang zijn voor het opslaan van data

Duitsland wil de bewaarplicht van telecomdata herinvoeren. Opmerkelijk, want het Hof van Justitie van de EU verklaarde de wet voor data-opslag vijf jaar geleden juist ongeldig. Destijds tekenden alleen al bij het grondwettelijk hof in de Duitse stad Karlsruhe 35.000 mensen protest aan. Hoe staan de Duitsers tegenover het opslaan van hun telecomdata?

Het is opmerkelijk dat juist Duitsland nu opnieuw een wet voor het opslaan van data aankondigt. In plaats van zes maanden, moeten de gegevens nu tien weken worden bewaard en de voorwaarden zijn aangescherpt. Volgens Wiebke Pittlik, hoofdredacteur van de website Duitslandweb, onderdeel van het Duitsland Instituut Amsterdam, gaat het om een soort compromis. Het Duitse regeringsakkoord heeft de Duitse houding doen veranderen. De SPD – de sociaaldemocraten, voorheen tégen het bewaren van data – heeft namens minister Heiko Maas (Justitie) toegegeven aan het CDU, de partij van Angela Merkel.

We gaan even terug in de tijd. Het is 2007 als politica Sabine Leutheusser-Schnarrenberger, toen lid van de Duitse oppositie, met medestanders een procedure in gang zet bij het grondwettelijk hof. De bewaarplicht moest worden afgeschaft, vond Leutheusser-Schnarrenberger. Dat gebeurde. Nadat de wet in 2010 nietig werd verklaard – Leutheusser-Schnarrenberger is dan inmiddels minister van Justitie – moet ze een nieuwe wet maken. Haast heeft ze allerminst.

Is het een exemplarisch voorbeeld voor de Duitse omgang met privacybescherming? Duitsers lijken er simpelweg niet happig op dat hun data wordt opgeslagen, iets wat volgens Pittlik weleens door het verleden kan komen. De geschiedenis, met de Tweede Wereldoorlog en de DDR, wijst ze aan als voornaamste reden voor de Duitse angst. Illustrerend: 173.000 Duitsers werkten voor de Stasi, de geheime politie van voormalig Oost-Duitsland. Pittlik: “Duitsers hebben gezien wat een staat kan aanrichten. Opslaan kan tegen je worden gebruikt. In het hele systeem zie je dat het gericht is op het begrenzen van de staat.”

In 2010 moest Google het ontgelden, toen Google Streetview onze Oosterburen met huis en haard op het web ging zetten. Liefst een kwart miljoen Duitsers wilden hun huis niet op de foto, zo maakte de dienst in oktober 2010 zelf bekend. Halve straten worden daarom soms onherkenbaar gemaakt. Duitsland is daarmee het enige land ter wereld dat erin slaagde Google tot privacy-aanpassingen te dwingen. Het afluisterschandaal van de Amerikanen, de NSA-affaire, bevestigde exact waar de Duitsers zo bang voor zijn, aldus Pittlik. “Duitsers zijn nu met allerlei veilige alternatieven bezig. Een Duitse variant van Whatsapp, eigen spionagesoftware en zelfs een e-mailvariant speciaal voor Duitsland, waarbij alleen maar in Duitsland wordt opgeslagen.”

Uit onderzoek van Bitkom, een Duits wetenschappelijk bureau, blijkt dat maar liefst 86 procent bang is voor het opslaan van data. Na de NSA-affaire nam de angst onder de bevolking toe, van 66 procent naar 80 procent. Pittlik denkt dat de opvallende gevoeligheid voor privacyschending in de aard van het beestje zit. Ze noemt het ‘typisch Duits’: “Duitsers inventariseren de risico’s van alles en vragen zich altijd af welke consequenties iets heeft.”

Ook Nederland werkt aan een nieuwe wet voor het opslaan van telecomdata. Sinds een maand heeft ons land geen bewaarplicht meer, maar minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) wil zo snel mogelijk een nieuwe wet van kracht laten gaan. Het staat allemaal in schril contrast met de internationale cyberconferentie die afgelopen week in Den Haag werd gehouden, en waar de Nederlandse regering voor een ‘vrij, open en veilig internet’ pleitte. Terwijl er wordt gevochten voor vrijheid op het internet, wordt er eveneens gewerkt aan wetten die deze vrijheid willen beperken. De Duitse angst lijkt helemaal zo onbegrijpelijk nog niet.