Dit is er dit jaar veranderd aan de Cito-toets

Het is ieder jaar weer een moment waarop de zenuwen bij veel scholieren door het lichaam gieren: de dag van de Cito-toets.

Maar dit jaar is het wat minder spannend dan voorgaande jaren.
De opzet van de toets is vernieuwd. Mede omdat er de afgelopen jaren hevige discussies zijn gevoerd over het nut van de toets, is voor de nieuwe opzet gekozen. Voor het eerst wordt de toets laat in het schooljaar gemaakt, in plaats van in februari. Voor het eerst ook is het resultaat niet meer doorslaggevend bij het advies voor de middelbare school: het oordeel van de leraar telt tegenwoordig zwaarder mee in het advies.

Nieuwe stijl
De leraar beoordeeld welk niveau een leerling aankan. Dat advies krijgt de leerling en zijn ouders een maand voor de Cito-toets binnen. Het door de docent gegeven advies kan nog naar boven worden bijgesteld, als de leerling de toets beter maakt dan verwacht. Andersom geldt dat niet: als de leerling een slechte score maakt, dan mag de basisschool het advies niet aanpassen.

En er is nog iets veranderd: voor het eerst kunnen basisscholen kiezen voor een andere toets dan de centrale eindtoets van de overheid, die dus door Cito wordt gemaakt. Twee andere bureaus hebben namelijk ook een toets ontwikkeld die mogen worden gebruikt. Staatssecretaris Sander Dekker is blij met de nieuwe opzet: “De eindtoets is dit jaar gelukkig weer wat hij eigenlijk zou moeten zijn: een second opinion voor de leerling, de ouders en de leraar.”

Voor de leerlingen blijft het niettemin spannend – het is immers wel een toets – maar de grote druk is van de ketel. Tot grote opluchting van velen.