Een wereld vrij van kernwapens, is dat wel zo prettig?

Moeten we een kernwapenvrije wereld nastreven? Onze minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders (PvdA) vindt van wel. Hij was maandag in New York, en sprak daar op een VN-conferentie over nucleaire ontwapening.

Koenders zei: “De huidige internationale problemen zijn wat Nederland betreft geen aanleiding niet te blijven streven naar nucleaire ontwapening. Integendeel, juist in zorgelijke tijden moeten we onze communicatiekanalen openhouden, onderhandelen en stappen vooruit willen zetten. Zelfs in de Koude Oorlog lukte dat.”

Hij benadrukte dat de huidige geopolitieke situatie ‘niet bevorderlijk [is] voor ontwapening’, maar ‘het uiteindelijke doel blijft een kernwapenvrije wereld, de zogeheten Global Zero’. De Russische president Vladimir Poetin heeft zelfs overwogen kernwapens in staat van paraatheid te brengen vanwege de crisis op de Krim, het Oekraïense schiereiland dat hij later annexeerde. Ik vind het wel iets hebben, dat idealisme van Koenders. Hij brengt zijn standpunt over nucleaire ontwapening zo vanzelfsprekend dat je al snel denkt dat iedereen met enig gezond verstand wel voor een kernwapenvrije wereld móet zijn.

Het is ergens ook wel logisch. Als iedereen nu gewoon eens ophoudt over die kernwapens, kunnen we de Amerikaanse kernwapens op vliegbasis Volkel ook terugsturen en hoeven we ons daar in ieder geval geen zorgen meer over te maken. Dan kunnen we elkaar tenminste niet meer met één druk op de knop overhoop blazen, en hoeven we ook niet meer bang te zijn voor een vervelend ongeluk. Zou dat niet fantastisch zijn? Wie op zijn gevoel afgaat, beantwoordt die vraag ongetwijfeld met ‘ja’.

Sinds de jaren tachtig is het aantal kernwapens met tachtig procent afgenomen. Tijdens dat hoogtepunt van de Koude Oorlog hadden Rusland en de Verenigde Staten ieder nog 20.000 tot 30.000 kernwapens in hun bezit. Nu bezitten beide landen nog ‘slechts’ verreweg de meerderheid van de nog 16.400 aanwezige kernwapens in de wereld. We gaan dus de goede kant op, zou je zeggen. Maar er zijn nog altijd genoeg kernwapens om hele steden en landen te vernietigen en voor tientallen tot honderden jaren onbewoonbaar te maken. Aan de mogelijkheid van zo’n scenario verandert weinig, totdat echt alle kernwapens in de ban zijn gedaan.

Maar moeten we dat wel willen? De verwijzing naar de Koude Oorlog van Koenders lijkt krachtig en roept allerlei anti-kernwapengevoelens op, maar vergeet niet: dit conflict mondde niet uit tot een nucleaire oorlog, juist omdát de Verenigde Staten en Rusland elkaar zo wisten af te schrikken met hun kernwapens. Als de één de (nucleaire) aanval had geopend, dan zou het andere land in één keer op de knieën kunnen worden gebracht – zoals met Japan is gebeurd in 1945 om de Tweede Wereldoorlog definitief te beëindigen.

Kernwapens lijken dus wel degelijk ergens goed voor te kunnen zijn, en zijn niet alleen maar slecht, zoals Koenders ons in feite voorspiegelt. Er zijn vele internationale belangen – het draait in feite om macht en overleven – en landen zijn nooit zomaar van plan een kernwapen te gebruiken als ze daarna (of zelfs nog voordat de bom is geland) worden vernietigd door een kernwapen van de vijand.

Een kernwapenvrije wereld betekent niet per se een mooiere en fijnere wereld om in te leven; de periode na de Tweede Wereldoorlog is daar het meest sprekende voorbeeld van. Koenders’ idealen lijken mooi en ze zijn het ergens ook wel, maar als een kernwapen de vijand buiten de deur houdt, vind ik het ook prima.