Martin van Rijn: van uitblinker tot brokkenpiloot?

“Martin, ik wist dat je goed was, maar zó goed. Man, wat een prestatie.”

Deze woorden van Diederik Samsom – uitgesproken op het PvdA-congres op 27 april 2013 te Leeuwarden over zijn omwenteling in de langdurige zorg – waren lange tijd van toepassing op wonderboy (59) en staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA, Volksgezondheid). Van Rijn werd gekwalificeerd door de Volkskrant als ‘übernetwerker’ en ‘eeuwige dienaar’, en was bekend met het zorgdossier. Als topambtenaar voerde hij met toenmalig minister Hans Hoogervorst de basisverzekering tegen ziektekosten in, die sinds 2006 het ziekenfonds en de particuliere ziektekostenverzekering vervangt – een prestatie van formaat. Van Rijn bleef een man die in de luwte van de mediabekendheid opereerde toen hij een paar jaar terug, als topman bij pensioenfonds PGGM, een van de drijvende krachten achter het voorstel een ‘agenda voor de zorg’ werd. Dat moest de oplopende kosten van met name de langdurige zorg terugdringen. Diederik Samsom vroeg hem terug te keren naar het Haagse om die agenda, waar twaalf zorgclubs zich achter schaarden, te beheren.

Van Rijn zei ja, ging voortvarend van start, en werd afgelopen jaar nog door de parlementaire pers op de derde plaats gezet in de lijst van beste politici, achter Timmermans en Rutte. Maar het kan snel verkeren in de politiek. De ophef die ontstond toen de vader van Martin van Rijn zich met een vriend in het Algemeen Dagblad beklaagde over de wantoestanden in het zorgcentrum waar de moeder van de staatssecretaris woont, betekende een knauw voor zijn imago. Van Rijn ging bij Pauw in debat met Ben Oude Nijhuis, de medeklokkenluider die het gezicht werd van de zorgproblematiek, maar wekte bij velen de indruk van een technocraat die zelfs als het over zijn eigen moeder gaat geen enkele emotie toont. En nu wordt Van Rijn niet meer als ervaringsdeskundige of als de juiste man op de juiste plek gezien – zijn ervaring werkt hem tegen.

Van een hele andere orde is de problematiek die nu met het nieuwe pgb-stelsel speelt. Hier speelt niet de emotie een rol, noch is er sprake van imagoschade, een domein waarin Van Rijn weinig ervaring heeft. Nu gaat het juist fout bij het goed organiseren en overzien van een ingrijpend project, iets waar Van Rijn juist in uitblinkt. Sinds dit jaar is de Sociale Verzekeringsbank (SVB) verantwoordelijk voor de uitbetaling van de pgb’s, waarmee mensen zelf hun zorg kunnen regelen. Maar de SVB blijkt bij lange na niet toegerust te zijn voor de opdracht, met als gevolg dat duizenden pgb-houders en zorgverleners weken tot maanden moeten wachten op hun geld.

Van Rijn zou echter zijn gewaarschuwd voor de problemen, al stelt hij zelf in de Kamerbrief die hij gisteren verstuurde dat er signalen waren dat het fout kon lopen, maar dat de SVB verkondigde dat 1 januari 2015 haalbaar was voor de invoering. Een dubbele boodschap, waar verschillende Kamerleden not amused over zijn. “Het is nog steeds een chaos. Van Rijn kan niet blijven volhouden dat hij adequaat is omgegaan met de waarschuwingen. Ik wil weten wanneer de beslissing is genomen dat het verantwoord was het nieuwe systeem in te voeren”, aldus CU-Kamerlid Carla Dik-Faber tegen nu.nl. Eerder werd Van Rijn al politieke vernederd toen er een motie van wantrouwen tegen hem werd ingediend op dit dossier. De motie werd gesteund door SP, PVV, 50Plus en de Partij voor de Dieren.

Vandaag moet de staatssecretaris voor de vijfde keer met de Kamer debatteren over de ontstane chaos. Van Rijn heeft in een eerdere Kamerbreed gesteunde opdracht tot uiterlijk 15 mei gekregen om de problemen op te lossen, de komende weken zal hij alles op alles moeten zetten om niet als brokkenpiloot te eindigen.