‘Meer milieuactivisten dan journalisten vermoord in 2014’

Bertha Cáceres is een activiste in Honduras. Als coördinator van COPINH, een belangenorganisatie van inheemse stammen in het land, verzet zij zich tegen de bouw van de Agua Zarca hydro-dam in de Gualcarquerivier. Die dam snijdt de watertoevoer naar honderden inheemse bewoners af. Door haar activisme ontving ze meerdere doodsbedreigingen; sinds 2013 zijn drie van haar collega’s om het leven gebracht vanwege hun strijd tegen de dam. Er werden aanklachten ingediend tegen Cáceres, en twee van haar kinderen ontvluchtten Honduras vanwege aanhoudende lastercampagnes en doodsbedreigingen.

Dat het leven van een milieuactivist niet over rozen gaat, is niets nieuws. Maar vorige week publiceerde het onafhankelijke Global Witness een artikel waarin werd gesteld dat in 2014 liefst 116 milieuactivisten zijn vermoord – dat zijn er gemiddeld meer dan twee per week. Het aantal dodelijke slachtoffers van geweld onder milieuactivisten stijgt volgens Global Witness jaarlijks; in 2014 was er sprake van een toename in het aantal moorden van 20 procent ten opzichte van 2013. Ter illustratie vergelijkt Global Witness het aantal vermoorde milieuactivisten in 2014 met het aantal vermoorde journalisten in dat jaar: in die laatste beroepsgroep overleden beduidend minder mensen.

De meeste moorden op milieuactivisten vinden volgens Global Witness plaats in Zuid-Amerikaanse landen als Brazilië en Colombia, waar respectievelijk 29 en 25 doden vielen in 2014. Maar ook in de Filipijnen (15 moorden) en het Centraal-Amerikaanse Honduras (12 moorden) is het bestaan van een milieuactivist gevaarlijk, zoals ook in het geval van Bertha Cáceres. In de afgelopen vijf jaar kwamen in Honduras 101 activisten om het leven, en daarmee telt het land de meeste moorden op milieuactivisten per hoofd van de bevolking. Daar komt bij dat niet alle moorden zijn meegenomen in de telling, omdat incidenten in afgelegen gebieden zelden geregistreerd worden.

De moorden zijn veelal een gevolg van een conflict om grondgebied, zo stelt Global Witness. Grote bouwprojecten – zoals de bouw van stuwdammen, onteigening voor grote landbouwbedrijven of mijnbouwprojecten – zorgen voor frictie tussen lokale bewoners en bedrijven. Hele gemeenschappen moeten wijken voor kapitaalintensieve ontwikkelingen en verliezen hun bestaansmogelijkheden. In hun pogingen land en milieu te beschermen tegen grote bedrijven, laten velen het leven.

In Latijns-Amerika is het dispuut veelal een stuwdam. Zo’n dam kan tot overstromingen leiden, de visvangst beperken en de drinkwatervoorziening van gemeenschappen in gevaar brengen. Maar ook de agrarische industrie zorgt voor conflicten. Grote landbouwbedrijven verdrijven met goedkeuring van de overheid lokale gemeenschappen van hun grond om er zakelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Een alternatief leefgebied is er voor de oorspronkelijke bewoners vaak niet.

Zuid-Amerika heeft ook de nodige grondstofreserves, wat eveneens tot conflicten leidt. Deze grondstofvoorraden lokken mijnbouwbedrijven aan, die met hun activiteiten water vervuilen en drinkwaterreserves verbruiken, met grote invloed op landschap en leefmilieu tot gevolg.