Recensie: de nieuwste James Salter stelt teleur

Als er al schrijvers zijn die een hekel aan James Salter hebben, houden ze zich al jaren verborgen, of weten ze hun afkeuring in elk geval goed voor zich te houden – iets waar schrijvers doorgaans niet in uitblinken.

De min of meer unanieme schrijversadoratie voor het werk van Salter is begrijpelijk. Zelden was een doorbraak bij een groot publiek zo terecht – en zo bijna-postuum. Salter was al achter in de tachtig toen twee jaar geleden All That Is verscheen, zijn laatste en veruit meest succesvolle roman. Opeens stonden zijn boeken niet alleen bovenaan de persoonlijke lijstjes van andere, bekendere auteurs, maar ook bovenaan de bestsellerlijsten.

Ook buiten de VS groeide Salters roem. In Nederland verscheen er een nieuwe vertaling van Light Years. Een schitterend, verbluffend boek over een langzaam uiteenvallend huwelijk, een aaneenschakeling van prachtige zinnen.

Een vol leven
Deze week verschijnt Gerda Baardmans (erg goede) vertaling van Burning the Days. Het is geen roman, geen bundel korte verhalen, geen fictie: Dwars door de dagen is ‘min of meer een levensgeschiedenis’, zegt de auteur zelf in het voorwoord. Het zijn losse, min of meer op zichzelf staande terugblikken op een vol leven. Als schrijver, als socialite, als straaljagerpiloot. Bij het lezen van al die glorieuze, en soms tragische episodes, bekruipt je af en toe een nogal onverwacht gevoel: Salter kan soms vervelend zijn. Pocherig. En vooral, eentonig.

Ook in zijn beste werk schrijft hij veel over het welgestelde deel van de bevolking. Zijn personages zijn intelligent, erudiet, bereisd en glamoureus. Ze klagen over hun penibele financiële situatie terwijl ze een Château Margaux leegschenken bij de lunch.

Dat is nooit echt storend. Integendeel, eigenlijk. De glamour, de wereldwijsheid, is even vanzelfsprekend als aantrekkelijk. In Dwars door de dagen voelt het op de een of andere manier anders. Ongeloofwaardiger. Dát Salter met al die geniale, rijke, woest aantrekkelijke mensen omgaat, geloof je meteen. Je krijgt niet zozeer het gevoel dat hij dingen verzint, als wel dat hij terugkijkt op zijn leven met een wel erg beperkte blik. Zou hij zich écht nooit verveeld hebben op al die drankgelagen en recepties? Zou hij nou echt nooit een saai, irritant persoon hebben ontmoet?

9200000036299775Genieën en modellen
Dat kan haast niet anders – maar daar schrijft hij niet over. Dat maakt de memoires op den duur wel erg eenzijdig. En de afstand van zijn fictie ontbreekt. Zelf lijkt Salter ook nog steeds behoorlijk onder de indruk van de stoet genieën en modellen in zijn leven.

Het leidt ertoe dat je Dwars door de dagen met een merkwaardig gevoel dichtslaat: de zinnen, de alinea’s zijn nog steeds prachtig, sommige portretten hartverscheurend (bijvoorbeeld dat van Salters vader, of Salters vriend Robert Phelps)  – maar als geheel stelt het je toch teleur. Had Salter de lat maar niet zo enorm hoog moeten leggen.