Niemand, maar dan ook niemand kan Griekenland uit de EU zetten

Op enig moment in mijn leven kwam ik erachter dat er bij het maken van afspraken maar één ding echt belangrijk is: de sanctie. Ontbreekt die of stelt hij weinig voor, dan kun je net zo goed geen afspraken maken want voor de nakoming ervan ben je dan afhankelijk van de mate waarin de tegenpartij er voordeel bij heeft. En anders de moraliteit van die tegenpartij.

Is er sprake van een situatie waarin de tegenpartij geen voordeel maar eerder nadeel ervaart, dan komt het vervolgens neer op zijn moraliteit. Onder die omstandigheden is moraliteit vloeibaar geworden. Of ten minste kneedbaar. Overwogen moet dan worden om voor de nakoming van de afgesproken verplichtingen de sanctie op te leggen. Is die er niet of is hij niet erg effectief, dan ben je de klos.

Als u als lezer een beetje realiteitszin heeft dan begint het nu te dagen: u en ik zijn de klos. In elk geval als het om Griekenland gaat.

Artikel 50 van het Verdrag van Lissabon luidt:

Artikel 50

1.   Een lidstaat kan overeenkomstig zijn grondwettelijke bepalingen besluiten zich uit de Unie terug te trekken.

2.   De lidstaat die besluit zich terug te trekken, geeft kennis van zijn voornemen aan de Europese Raad. In het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad sluit de Unie na onderhandelingen met deze staat een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van die staat met de Unie. Over dat akkoord wordt onderhandeld overeenkomstig artikel 218, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het akkoord wordt namens de Unie gesloten door de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, na goedkeuring door het Europees Parlement.

3. De Verdragen zijn niet meer van toepassing op de betrokken staat met ingang van de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na de in lid 2 bedoelde kennisgeving, tenzij de Europese Raad met instemming van de betrokken lidstaat met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit.

4.   Voor de toepassing van de leden 2 en 3 nemen het lid van de Europese Raad en het lid van de Raad die de zich terugtrekkende lidstaat vertegenwoordigen, niet deel aan de beraadslagingen of aan de besluiten van de Europese Raad en van de Raad die hem betreffen.

De gekwalificeerde meerderheid wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 238, lid 3, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

5.   Indien een lidstaat die zich uit de Unie heeft teruggetrokken, opnieuw om het lidmaatschap verzoekt, is op zijn verzoek de procedure van artikel 49 van toepassing.

Het Verdrag van Lissabon bevat geen enkele bepaling op grond waarvan het lidmaatschap van de Europese Unie door de andere landen aan een land kan worden opgezegd. Lid 3, zie hierboven, werkt zo uit dat, als Griekenland het in z’n voordeel vindt om het lidmaatschap op te zeggen, de Grieken het nergens over eens hoeven te worden met de rest van lidstaten. Het lidmaatschap eindigt sowieso twee jaar na de opzegging.

Het zal u zijn opgevallen dat het de rode lijn is in het buitenlandbeleid van Griekenland dat ze helemaal niet uit de Europese Unie willen.

Dat is slim, niemand kan ze dwingen en intussen profiteert het land van alle verdragen, alle voordelen. Dat de ECB, het IMF en het Europese Stabiliteitsfonds honderden miljarden te vorderen hebben is op geen enkele manier in relatie te brengen tot het het lidmaatschap van de EU. Een verkeersboete staat een ANBW-lidmaatschap ook niet in de weg. En zolang een land lid is, is er onder meer het vrije verkeer van personen en goederen waar Griekenland veel baat bij heeft, op zoek naar economisch herstel.

Natuurlijk kan er op enig moment een nieuw verdrag komen dat dat van Lissabon vervangt. Zou Griekenland dat nadelig vinden voor zijn positie, dan stemt het land tegen en komt dat verdrag er niet: er is unanimiteit nodig.

ECB en IMF zouden wellicht financiële sancties op kunnen leggen, die verhogen dan de Griekse schuld maar zullen evenmin tot betaling leiden. Andere sancties zijn er niet. Natuurlijk zal het voor Griekenland niet makkelijker worden om internationaal zaken te doen. Er zal van Grieken contante betaling of zekerheid vooraf worden gevraagd als het gaat om internationale handel. Maar het consumentenvertrouwen zal een enorme boost krijgen, na hooguit één rampjaar zou Griekenland zo maar de hoogste groeicijfers van de hele EU kunnen tonen.