Zo wordt uw gevoel voor humor bepaald

Wie vaak als eerste in lachen uitbarst of wie graag een grap vertelt, zal bij tijd en wijle te horen krijgen dat hij of zij een goed gevoel voor humor heeft. En volgens een nieuw onderzoek heeft die persoon dat te danken aan het 5-HTTLPR-gen. Wetenschappers hebben namelijk ontdekt dat mensen met een bepaalde variant van dat gen vaker lachen en glimlachen.

Waar sommige mensen in lachen uitbarsten, vertrekken anderen geen spier. Dat heeft te maken met het gen 5-HTTLPR. Dit krijgt iedereen van zijn ouders mee, en er bestaat zowel een korte als een lange variant. Van dat gen was al bekend dat het verband houdt met de emoties, zoals depressie, en de Canadese wetenschappers hebben nu ontdekt dat het ook te maken heeft met de mate waarin mensen lachen of de hoeveelheid humor die zij bezitten. De manier waarop mensen op humor reageren ligt dus versleuteld in het dna. In die zin is een goed of slecht gevoel voor humor dus al dan niet deels genetisch bepaald. De bevindingen werden gepubliceerd in het wetenschapstijdschrift Emotion.

Voor hun onderzoek selecteerden de wetenschappers 128 proefpersonen. Bij ieder van hen werd speeksel afgenomen, om zo hun genetische informatie te verzamelen en om vast te stellen of proefpersonen het gen 5-HTTLPR hadden en welke variant. Zowel deelnemers met de zogeheten korte variant van het gen als deelnemers met de lange variant deden mee aan het onderzoek. Vervolgens lieten de wetenschappers de deelnemers naar tekenfilms en comedyvideo’s kijken, waarbij de gezichtsuitdrukkingen gefilmd werden. Daaruit bleek dat de deelnemers met de korte variant veel vaker glimlachten of lachten, dan de mensen met die over de lange variant beschikten.

Niet alleen ondervonden de wetenschappers dat de groep met de lange variant meer lachten, ze lachten ook meer oprecht. Ze trokken namelijk niet alleen hun mondhoeken vaker op, ook ontstonden er regelmatig rimpels rond de ogen. De zogenoemde kraaienpootjes tonen aan dat mensen oprecht lachen en niet doen alsof. “Mensen met een korte variant van het gen doen het beter in een positieve omgeving, maar hebben ook meer te lijden in een negatieve omgeving,” zegt hoofdonderzoekster Claudia Haase. “Mensen met een lange variant zijn emotioneel gezien minder gevoelig voor signalen uit hun omgeving.”