ZZP Valley: de opkomst van de culturele broedplaats

Het idee achter ‘broedplaatsen’ is helder: je hebt als gemeente een leegstaand fabrieks- of kantoorpand in een mindere buurt, en je verhuurt dat als goedkope werkruimte aan ‘creatieven’. Win-win toch? Steun aan de vrije geest en een boost voor de buurt. Maar werkt dit concept?

Hoorn heeft er een. Purmerend ook. Weert. In Amersfoort zijn twee broedplaatsen, in Apeldoorn zit er eentje voor creatieve communicatiemakers, allen jong en talentvol. En de hoofdstad barst ervan, met de NDSM-werf in Amsterdam-Noord als schoolvoorbeeld. In het hele land verschijnen ‘broedplaatsen’, waar kunstenaars en zzp’ers in de creatieve sector ‘hun ding doen’. In elke stad, in gemeentes en dorpen, worden verlaten fabrieken, scholen en kantoren getransformeerd tot ‘hotspots’ met studio’s, ateliers en een hip café, waarin de bedenkers van nu elkaar door ‘kruisbestuiving’ naar een hoger plan tillen, al doende rafelranden en verpauperde stadsdelen revitaliserend.

Burgemeesters en wethouders gaan kijken in Berlijn en komen geïnspireerd terug. Thuis hebben ze een naar oppervlak aan lege gebouwen, die precies dat rauwe hebben dat de creatieve klasse zo mooi vindt. Als ze daar nou hun kunstenaars en zo onderbrengen, de basisinfrastructuur aanleggen, zorgen voor koffie en een pilsje, moet het goed komen met hun creatieve sector, de aanjager van de stedelijke economie, zoals ze weten sinds Richard Florida het schreef in The Rise of the Creative Class (2002).

De creatieve broedplaatsen lijken boven twijfel of discussie verheven. Ze zijn de haarlemmerolie van stedelijke kwalen, het antwoord op een lange lijst agendapunten. In de Voorjaarsnota 2014 van de gemeente ’s Hertogenbosch bepleiten diverse fracties de stichting van een nieuwe broedplaats voor zzp’ers, ‘overwegende dat’: gemeentepanden staan leeg, het aantal zzp’ers groeit en het vinden van een geschikte werkplek is lastig. De buurt knapt ervan op, ook dat, als er een kolonie hippe vogels neerstrijkt. Het is win-win-win, als bij het wasblokje met een regenboog aan ingebouwde functies.

Het klinkt logisch: zet allemaal creatieven bij elkaar, en wat je krijgt is een hausse aan creativiteit, veel groter dan de som der delen. Door de ‘kruisbestuiving’ natuurlijk. De bewoners en werkers van de broedplaats hebben een gedeelde mindset en vormen een bruisende community, waar onder ideale omstandigheden wordt gebroed (in een ‘incubator’) op innovatie, en waar ideeën en inspiratie uitvliegen als de jonkies in mei. In het Engels klinkt het nog mooier. ‘Clustering’, schreef een professor uit het Verre Oosten, geeft toegang tot ‘knowledge flows, peer review, face to face buzz on new trends’ en een ‘pool of creative skills’.

Mooie taal. Maar betekent het ook wat? Het is lastig te meten wat ze opleveren, de broedplaatsen. Of er veel of weinig buzz is, de mate van het bruisen. Hoe gaat het in zijn werk met die kruisbestuiving, wat zit er in die mindset? Wat wordt er dan uitgebroed dat er niet al lang is? En wie betaalt dat? De vraag klinkt een beetje zuur en jaloers uit de mond van een thuis- werkend lid van de creatieve klasse. Maar ik kwam een broedplaats tegen met gratis bier. Gratis bier, dat klinkt voor een in zijn eentje voortploegende zzp’er zo ongeveer als het beloofde land.

Het complete artikel van Bert Nijmeijer leest u in de HP/De Tijd die nu in de winkel ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.

Bert Nijmeijer