Cultuur

Mannen die huilen om poëzie: André Kuipers

05/06 | 2015
door Nick Muller
Leestijd 2 minuten
archief HP/De Tijd
Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: ruimtevaarder André Kuipers (1958) over het gedicht Aan een ruimtevaarder van Marjolijn van Heemstra.“Het gedicht Aan een ruimtevaarder van Marjolijn van Heemstra heb ik meegenomen op mijn ruimtereis naar het internationale ruimtestation iss, van 21 december 2011 tot 1 juli 2012. Veel informatie tussen de aarde en het ruimtestation wordt vanzelfsprekend digitaal uitgewisseld en ik had er derhalve voor kunnen kiezen om dit gedicht te laten uploaden. Ik besloot de tekst in fysieke vorm mee te nemen, gedrukt in kleine letters op een stukje papier, als onderdeel van de slechts anderhalve kilo die een astronaut als ‘persoonlijke bagage’ mag meenemen.”“Aan een ruimtevaarder is voor mij de reflectie van het verlangen om naar de ruimte te willen reizen en los van de zwaartekracht te komen, een verlangen dat veel mensen koesteren. Een verlangen dat ik goed herken. Datzelfde verlangen was voor mij de drijfveer om ooit de keuze te maken om ruimtevaarder te willen worden. Een keuze die door veel mensen niet serieus genomen werd. Ik beet mij vast in mijn droom om ooit de aarde vanuit de ruimte te kunnen aanschouwen. Het verlangen was groot, de drijfveer om ‘te zwemmen in de afwezigheid van grond en getijden’ sterk. Het is gelukt.”“Op Wereldpoëziedag besloot ik het gedicht in de ruimte voor te dragen. Zo werd deze ode ‘Aan een ruimtevaarder’ tevens een ode aan de dichteres, Marjolijn van Heemstra. ‘Wil je zeggen dat ik er ben?’ zo eindigt haar gedicht. Ik gunde Marjolijn deze reis naar de ruimte. Een stukje van haar was daar.”Aan een ruimtevaarder (Voor André Kuipers) Marjolijn van Heemstra (1981)Ik ben een cluster dode zonnen, hardgeworden overschot vol weerstand, zelfs met maximale aanloop kaatst de lucht mijn sprong nog voor kniehoogte terug ik drijf alleen op water en zelfs dat maar tijdelijk de ruimte tussen mijn gespreide armen vangt geen wind.Ik ga in zoogdiergang, van zand naar zand kom niet boven het rumoer van vee het geroezemoes van zee of ooghoogte ik moet de satellieten maar geloven; het kleurig stromend ozonvel het fijne edelstenen ei.Ik weet van vacuümgevaren het netwerk van nevels en cellen speldenknoppen poorten naar het licht andersom heb ik de reis al vaak gemaakt dit nietig sterrenstoffenlijf uitvergroot tot lege zalen.Maar jij hebt ontsnappingssnelheid stapt straks met veren voeten de explosie in telt jezelf tussen de sterren zwemt in de afwezigheid van grond en getijden ziet ons voor de vlekken die we zijn.Als jij met niks dan lucht op je rug in het schijnsel van het eerste moment — wil je richting het duister draaien en wil je zeggen dat ik er ben?De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.André Kuipers geeft zondagmiddag 14 juni 2015 een ruimtevaartlezing in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Meer informatie vindt u hier.