Sidderen achter het stuur

Mijn rij-instructeur heette Jannes. Hij woonde tegenover de Albert Heijn waar ik elke zaterdag werkte en plukte me op mijn achttiende verjaardag achter de kassa vandaan voor een gratis les. Ik had hem eens twee kleine jongetjes bij hun nekvel zien pakken omdat ze met het knopje van een stoplicht aan het klieren waren. Toen het voetgangerslicht op groen sprong, sleurde hij ze vier keer heen en weer de straat over, om ze op de plaats delict beduusd achter te laten. Ja, zo’n gratis rijles, dat leek me wel wat.

Op de bijrijdersstoel rookte Jannes zijn pijp, die hij stevig tussen zijn dunne lippen geklemd hield. Hij had minuscule witte krulletjes en kikkerachtige ogen die vliegensvlug van links naar rechts schoten. De slierten rook die uit zijn neusgaten omhoog kringelden, veranderden de kleine rode dieselauto in rap tempo in een stoomcabine. “En nu rechtdoor… de bosjes in!” riep hij verheugd bij elke T-splitsing, waarbij hij me op zijn gluiperigste geile schaterlach trakteerde. Dan weer brulde hij “GUCK MAL!” terwijl hij hysterisch met zijn nagels op het dashboard tikte. Wanneer hij zin had trapte hij het gaspedaal in en gaf een flinke ruk aan het stuur. Surprise!

Toen ik slaagde voor mijn theorie-examen gierde Jannes het uit. “Lisa in één keer erdoor, ik kan het niet geloven!” Zijn gezicht liep rood aan en hij kon zich nog net beheersen om niet schuddebuikend door de gangen van het CBR te rollen. Dat ik na 33 uur les in één keer mijn rijbewijs haalde, kwam dan ook niet doordat ik een opperbeste coureur was. Integendeel.

Amaxofobie
Voor angsten heeft men de prachtigste medische termen verzonnen. Zo wordt de angst voor kippen en ander pluimvee alektorofobie genoemd en die voor ruïnes atefobie. Bolshefobie is de angst voor bolsjewieken en ephebifobie betekent dat je bang bent voor tieners. Zelf heb ik al jaren last van amaxofobie, oftewel rijangst.

De vreugdevolle verlossing van Jannes was goed voor een paar onbezorgde jaren achter het stuur. Ik reed naar Zuid-Frankrijk, maakte mijn eerste brokken – ironisch genoeg op het parkeerterrein van dezelfde Albert Heijn waar het allemaal was begonnen, en hing mijn arm nonchalant uit het open raampje zoals ik ervaren automobilisten had zien doen. Maar toen kwam het plotseling: hartkloppingen, hyperventileren, een kokend voorhoofd en zwarte flitsen in mijn blikveld. Dat was acht jaar geleden.

Als troost google ik weleens ‘celebrities fear of driving’. Zie nou wel, ik ben vreselijk doorsnee. Barbra Streisand, Lena Dunham en Barbara Walters durven het ook niet. En kijk waar dat ze heeft gebracht. Maar troost brengt een mens niet van A naar B en in gedachte hoor ik mijn pijprokende demon uit het verleden keihard schaterlachen. “Die Lisa, kijk haar nou op dat idiote vouwfietsje, wat een grap!” Ik besluit Jannes eens diep in zijn triomfantelijke kikkerkijkers te turen, rol met mijn ogen, trek het portier open en rijd de straat uit. Canned Heat neemt plaats op de achterbank en zingt zachtjes:

Well, I’m so tired of crying. I’m out on the road again.