Us Maxime: ook een rat verliest nooit zijn streken

“Een rat, maar wel een betrouwbare rat.” Met deze kwalificatie aan het adres van Maxime Verhagen maakte Jacques Tichelaar in 2007 nogal wat los. Tichelaar, destijds fractievoorzitter van de PvdA, inmiddels stamhoofd in de Drentse veenkoloniën, appelleerde aan de vileine en soms bikkelharde manier waarop de latere vicepremier opereerde tijdens de besprekingen voorafgaand aan de vorming van het kabinet-Balkenende IV. Dit tot grote ergernis van Wouter Bos. (Arie Slob, ook bij die onderhandelingen betrokken: “Als Verhagen zich schrap zette, kreeg Bos spontaan rode vlekken in zijn nek.”)

Ik moet er deze weken regelmatig aan terugdenken. Verhagen verliet in 2012 de politiek. Hij werd voorzitter van de werkgeversorganisatie Bouwend Nederland. Daar laat hij deze weken zien dat hij het onderhandelen nog niet is verleerd. In de bouw voeren werkgevers en werknemers al maanden een verbitterde strijd over een nieuwe cao. Deze maand worden de besprekingen hervat. In De Telegraaf preludeerde Verhagen daar eind mei alvast op. Hij ging er hard in, met gestrekt been. De cao was niet meer van deze tijd. Als de bonden de werkgevers niet meer tegemoet komen, dan houdt het wat hem betreft op. “Liever geen cao, dan de huidige”, koeioneerde de werkgeversvoorman.

De inkt van dit rondetafelgesprek was nog niet droog, of Verhagen hanteerde opnieuw het blanke sabel. Slachtoffer dit keer: niet de werknemers, maar de Aannemersfederatie Nederland. Die andere, veel kleinere werkgeversorganisatie in de bouw had het gedurfd zomaar een persconferentie te gegeven over haar – veel minder polariserende – visie op de nieuwe cao. Zonder Bouwend Nederland daar van te verwittigen.

Dat kon Verhagen natuurlijk niet ongehoord over zich heen laten komen. Hij riep de voorzitter in een persoonlijke mail tot de orde. “Wij vertrouwen erop dat dit een oprisping is geweest.” Met een cc’tje richting de redacties van De Telegraaf, Cobouw en Het Financieele Dagblad. Hoe vilein.

Maxime Verhagen op zijn best. Net als in 2010 toen hij als fractievoorzitter eerst de bezem door de CDA-fractie haalde, partijvoorzitter Henk Bleker inpalmde door hem de functie van staatssecretaris te beloven, het partijcongres naar zijn hand zette (Eurlings: “Chapeau Maxime!”) en zo de weg effenden voor de omstreden samenwerking met de PVV.

In zijn nadagen als politicus nam de weerzin tegen Verhagen sterk toe. Zowel binnen als buiten de partij. HP/De Tijd deed ook een duit in het zakje. December 2011 gaf het opinietijdschrift Maurice de Hond opdracht een onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid van politici. Op een: ex-aequo: Maxime Verhagen, samen met Hans Hillen, ook CDA.

Het oordeel was vernietigend. Nederlanders beoordeelden Verhagen als iemand bij wie ze in oorlogstijd nooit zouden willen onderduiken, van wie ze geen tweedehands auto zouden kopen, bij wie ze hun peuter niet zouden willen laten logeren en bij wie ze de hoogste rente verwachten wanneer ze geld van hem zouden lenen. Covertekst: ‘Bij Verhagen wilt u niet onderduiken.’

Voor us Maxime was de maat begin 2012 vol. Zijn imago van kille machtspoliticus kleefde zozeer aan hem dat de toenmalige vicepremier en partijleider van het CDA zich in 2012 niet opnieuw als lijsttrekker verkiesbaar stelde.

Bij Bouwend Nederland maalde men daar niet om. Verhagen was voor de werkgeversclub de juiste man op de juiste plek. Een geslepen rasonderhandelaar met een breed netwerk: wat wilden de aannemers nog meer. Zo’n ‘kille machtspoliticus’ en ‘betrouwbare rat’ kon de lobbyclub goed gebruiken nu de sector zo zwaar gebukt ging onder de crisis en voorzitter en partijgenoot Elco Brinkman zijn vertrek had aangekondigd.

Een schot in de roos. In het huidige cao-conflict laat Verhagen zien dat de bouwwerkgevers niet met zich laten sollen. De vakbonden op hun beurt slaan terug. Met speldenprikken. Zo heeft FNV Bouw, veruit de grootste binnen de branche, werknemers opgeroepen twee donderdagen achter elkaar – vorige week donderdag, en aanstaande – langer te schaften.

Bouwend Nederland adviseert haar leden dit toe te staan. Tegelijkertijd adviseert de club goed te registreren welke werknemers langer schaften. Met het advies hen aan het einde van de dag te vragen de niet-gewerkte tijd in te halen, óf de niet-gewerkte tijd te korten op het loon. Aan het stakingsrecht heeft de werkgeversclub kennelijk geen boodschap.

Om met Camiel Eurlings te spreken: chapeau Maxime!