Standaardisering koffermaat: uitstekend idee en naaistreek ineen

Ik weet nog goed hoe spannend ik het vond om voor het eerst te gaan vliegen. Het was 2004 en als blijk van waardering voor het behalen van mijn VWO-diploma ging ik een weekend naar Barcelona met mijn moeder. In de trein zaten we al in de stress omdat we wat vertraging hadden en misschien niet drie uur van te voren op het vliegveld zouden zijn, maar dat maakte de overweldigende indruk van Schiphol al snel goed voor dit provinciale jongetje – het hele proces van inchecken en wachten deed de opwinding alleen maar toenemen. Eenmaal binnen volgde ik nauwgezet de veiligheidsinstructie, werd ik harder in m’n stoel gedrukt dan mijn broer in zijn BMW voor elkaar had gekregen, kauwde ik kauwgom tegen ploppende oren en keek ik uit het kleine raampje naar plaatjes die je tegenwoordig op Google Maps aantreft. Het was me wat.

Dik tien jaar later is die opwinding wel verdwenen. Lange rijen bij het inchecken, je zowat moeten uitkleden en nagelschaartjes, flesjes water en deodorantflessen die uit je handbagage worden gehaald – om over de beenruimte niet te spreken. Vliegen is tegenwoordig een van de meest oncomfortabele manieren van reizen, een combinatie van een behandeling als een terreurverdachte en een blik sardientjes.

Zeker bij prijsvechters komt daar de handbagagecontrole aan de gate bij. Je moet je koffer in een of andere stalen bak proppen en zie dan die gezichten van reizigers wanneer het plastic vehikel – ook als men er met het volle gewicht op drukt – half uit de bak blijft steken. Je mag er toch van uitgaan dat een handbagagekoffer ook mee kan worden genomen als handbagage?! Vliegmaatschappijen blijken er allemaal eigen afmetingen op na te houden, wat ertoe kan leiden dat je – als je bij de gate staat en toch al niet meer terug kan – moet bijbetalen om je handbagage als ruimbagage te laten inchecken.

De kritiek op het plan van brancheorganisatie IATA om een standaardmaat voor koffers in te voeren (55x35x20, het nieuwe 2,20371) is dan ook onterecht. Natuurlijk is het nu één keer door de zure appel bijten: wie net een koffer heeft gekocht die niet aan de maten blijkt te voldoen heeft pech. Een overgangsfase zou fijn zijn, net als een flexibele kofferverkoper, maar uiteindelijk is standaardisering natuurlijk iets dat zo logisch is dat je je afvraagt waarom het in 2015 nog geregeld moet worden.

Er is alleen één klein, minuscuul dingetje aan dit prachtplan: bij de standaardisering wordt de kofferomvang fors verkleind als we kijken naar de in Nederland gangbare airlines. Bij EasyJet, waar je opmerkelijk genoeg behoorlijk veel handbagage mag meenemen, gaat het om bijna 40 procent (!) kofferruimte die je moet inleveren, bij Transavia om 30 procent. (Ik wilde nu graag een vergelijking maken om de krankzinnigheid van het idee te illustreren, maar ik kom niet verder dan ‘stel je voor dat het kabinet trots meldt dat ze het belastingstelsel versimpelt: iedereen moet voortaan 60 procent belasting betalen’.)

Een goed idee en een naaistreek ineen dus. KLM heeft zich achter het plan geschaard, maar gelukkig hebben nog lang niet alle IATA-leden ermee ingestemd. Bovendien is onder meer EasyJet geen lid van deze internationale luchtvaartclub. Laat het rolkofferprotest maar komen!