Waarom kritiek op Kosovaarse Bevrijdingsleger uit den boze is

Begin 2000 staken de eerste geruchten over oorlogsmisdaden gepleegd door leidinggevende figuren binnen het Kosovaarse Bevrijdingsleger de kop op. Die zouden gepleegd zijn tijdens het conflict met Servië en in de periode direct daarna. Ook wordt vaak gewezen op de nauwe betrokkenheid tussen leden van het bevrijdingsleger (UÇK) en criminele maffianetwerken. 

Die beschuldigingen werden uiteindelijk hardgemaakt in een in 2010 aan de Raad van Europa aangeboden rapportage. Hierin werden leiders van het UÇK beschuldigd van oorlogsmisdaden en verschillende criminele activiteiten, waaronder drugssmokkel en de handel in menselijke organen. Hashim Thaçi, de voormalige politieke leider van het UÇK, ex-premier en tegenwoordig minister van Buitenlandse Zaken, zou een belangrijke rol gespeeld hebben in dit criminele netwerk. In 2014 werden de beschuldigingen nog eens bevestigd door een Special Investigative Task Force van de EU. Een kritisch standpunt tegenover oorlogsmisdaden en criminele praktijken in de rangen van het Kosovaarse Bevrijdingsleger blijft echter ongepast in Kosovo. Recente incidenten tonen aan dat iedere vorm van kritiek tegen het Kosovaarse Bevrijdingsleger stuit op verzet.

Zo zet de internationale gemeenschap de Kosovaarse regering onder druk om de aantijgingen te laten onderzoeken door een zogenaamd Speciaal Gerechtshof. Dat ligt gevoelig in Kosovo zelf, ook omdat veel sleutelfiguren van het UÇK tegenwoordig topposities vervullen binnen de Kosovaarse overheid en politiek, zoals Thaçi. Een parlementaire stemming over een grondwetwijziging die noodzakelijk is om het Speciale Gerechtshof mogelijk te maken werd onlangs uitgesteld. Officieel vanwege onvolledigheden in de daarvoor benodigde documenten, maar volgens steeds luider wordende geruchten omdat men vreest niet het benodigde aantal stemmen te behalen. Parlementsleden van de regeringspartijen zouden niet met de wet willen instemmen.

Vetëvendosje, de belangrijkste oppositiepartij, stelde dat het Speciale Hof in strijd zou zijn met de Kosovaarse grondwet. Het Grondwettelijke Hof zag dit evenwel anders, waardoor de weg naar een parlementaire stemming open lag. Op de dag dat de stemming plaats moets vinden, 29 mei, protesteerden leden en sympathisanten van de Vereniging van Families van Martelaren van het UÇK en Vetëvendosje voor het parlement tegen de geplande grondwetswijziging. Tegenstanders van het Hof stellen dat de vrijheidsstrijd van het UÇK rechtvaardig en zuiver was.

Ook andere incidenten geven aan dat elke vorm van kritiek tegen het Kosovaarse Bevrijdingsleger in Kosovo zelf nog steeds onbespreekbaar is in de publieke opinie. Eind mei veroordeelde het gerecht in Mitrovica vooraanstaande leden van de zogenaamde Drenica-groep – waar ook Hashim Thaçi toe behoorde – binnen het UÇK voor moord en marteling van gevangenen ten tijde van het conflict eind jaren negentig. De uitspraak leidde tot protesten in Pristina en Skendëraj.

Voormalige leden van het UÇK waren ook betrokken bij de recente schietpartij in het Macedonische Kumanovo. Volgens de Kosovaarse krant Koha Ditore wilden de strijders een conflict creëren om Macedonië te destabiliseren. In Kosovo worden de UÇK-leden echter als nationale helden beschouwd. Familieleden en veteranenorganisaties van het UÇK trokken de straat op in protest tegen de behandeling van de gevangen in Macedonië en stelden dat de strijders geen terroristen waren, maar patriottische vrijheidsstrijders. De veteranenorganisatie van het UÇK heeft de door Macedonische strijdkrachten gedode strijders – die in Macedonië als terroristen te boek staan – met militaire eer begraven.