De allesbeslissende vraag aan Tom Dumoulin

Bovenstebeste Tom Dumoulin,
Toen je zaterdag de proloog van de Ronde van Zwitserland won, zat ik niet voor de tv. Dat zou je desinteresse kunnen noemen, ik noem het liever blind vertrouwen. Ik had die startlijst eens bestudeerd, voor de zekerheid nog even de woordcombinatie “tony martin” gecontrol-F’d en toen dat niets opleverde, ging ik gerustgesteld in de zon zitten.
Kon niets mis gaan, dacht ik, en verdomd: er ging niets mis.
Later die avond zag ik de beelden van jou op het Sportjournaal: eerst nog onverstoorbaar glad Zwitsers asfalt onder je weg malend op een manier dat je bijna zelf zin kreeg om wat glad Zwitsers asfalt te gaan zitten wegmalen en daarna op het podium tussen twee stralende Zwitserinnen.
Je droeg geel en je kon het hebben. Een hele opluchting, want daar staat of valt het allemaal mee: niet iedereen staat geel, het is een kleur waar je een hoofd voor moet hebben. Armstrong had zo’n hoofd, Hinault ook heel erg en Indurain zag er zonder geel gewoon gek uit. Aan anderen in geel, zoals Riis of Voeckler, heb ik nooit kunnen wennen. Iemand als Carlos Sastre zag er in zijn maillot jaune uit als een slachtoffer van een cyclostylist met een inzinking en Boogerd in het geel was al helemaal geen gezicht geweest: te fel, zeker in combinatie met dat gebit. Maar Tom Dumoulin in het geel, dat deugt. Vergelijk het met het inrichten van je huis: je kunt urenlang schuiven met de bank – voor het raam, met de rug naar de deur, in de hoek, overdwars, ondersteboven, maar pas als er iemand met gevoel voor smaak binnenkomt en die bank een slag zijwaarts duwt, kun je je opeens niet meer voorstellen dat hij ooit anders heeft gestaan.

TWINTIG
Maar ik schrijf je deze brief niet om je te complimenteren met je kledingkeuze of met je vorm (complimenten daarvoor trouwens). Ik schrijf om je ergens aan te herinneren, en om je iets te vragen.
Eerst de herinnering.
Twintig dagen.
20.
TWINTIG. Vanaf nu zijn de dagen geen cijfers meer, maar woorden. Negentien, achttien, zeventien. Nou ja, je kent het wel toch?
Twintig dagen nog tot de Tourproloog. Er zijn groepsreizen die korter duren. In twintig dagen kun je niet eens een bootje in een fles krijgen, een puzzel van tienduizend stukjes van een wolkenlucht maken of voldoende afvallen voor het strandseizoen. Twintig dagen is niks, ik ken mensen die twintig dagen nodig hebben om een outfit uit te kiezen voor een beachparty, en mensen die twintig dagen doen met een pak raketjes.
Hoe lang is twintig dagen als je wilt dat ze zo snel mogelijk voorbij zijn? In twintig dagen kun je drieduizend keer zeggen dat je er naar uitkijkt, 2773 keer de bandenspanning van je fiets controleren, 47.800 keer het woord ‘utrecht’ mompelen. In twintig dagen kunnen er 17.243.000 dingen misgaan. Een greep: een steentje in je schoen, een overstroming, een hotelkamer boven een discotheek, een plotse afkeer tegen competitie in het algemeen en competitie met behulp van een milieuvriendelijk vervoermiddel in het bijzonder.
Twintig dagen. Negentig gemiddelde Touretappes. Het is niks en tegelijk is het een eeuwigheid.

(Wat ik me trouwens afvraag, Tom: zet een wielrenner de Tour in z’n agenda? Dat je oude buren bellen om je uit te nodigen voor een barbecue ter ere van hun dochter die na twee weken backpacken in de Ardennen weer thuis is en dat je dan al bellend door je agenda bladerend vraagt: ‘Vier juli? Die zaterdag?’ En dat je dan in een hoekje een krabbeltje ziet, tdf of zo, je even niet meer kunt herinneren wat dat zou moeten betekenen en je aanwezigheid op de barbecue toezegt? En dat je dan later met een doos Merci bij de buren aan de deur komt om je excuses te maken?)

13,8 minuten
Nu de vraag.
Door zaterdag te winnen, door Cancellara op eigen bodem (want die neutraliteit van Zwitsers is ook maar zo lang als ie breed is) te overvleugelen zoals alles wat is geweest vroeg of laat wordt overvleugeld door wat is gekomen, heb je de druk voor 4 juli wat mij betreft overdreven opgevoerd, Tom. En als je dat zondag, in de tijdrit in Bern, nog eens doet, winnen, bedoel ik – en daar twijfelen alleen nog die paar mensen die kicken op twijfel onder ons aan – als je Cancellara in z’n hometown zo hard van de tussentijdentabellen knalt dat hij zich zal afvragen hoe hij ooit heeft kunnen denken dat tijdrijden iets voor hem zou kunnen zijn, dan is het helemaal om zeep.
Niet zozeer voor jou, maar voor ons.
De Dumoulisten.
We zijn met veel, Tom, en nog iedere dag komen er Dumoulisten bij. Maar we kunnen niets doen.

Wij kunnen niets doen, Tom. Wij ijsberen al dagen als dronken Bulgaren over het parkoers, jouw rit visualiserend als die jongetjes uit een Punicareclame van lang geleden, met een stofdoek de laatste oneffenheden uit de bochten poetsend. Meer kunnen we niet doen, Tom, alleen maar afwachten, hopen, bidden. Voor jou is het simpel: jij zit op de fiets, jij kunt trainen, rusten, boekie lezen, misschien een Ronde van Zwitserlandje winnen als het zo uitkomt, maar wij zitten thuis, of op kantoor de uren af te tellen. ’s Avonds beuken wij met onze hoofden tegen de muur, kijken of dat de klok sneller doet tikken. Afleiding zoeken, zeggen ze, maar wat is afleiding als het geel hier al virtueel door de straten zweeft, Tom? Sinds ik jou in dat geel – een flets soort geel, maar je droeg het alsof je dat niet door had, erg beleefd – heb gezien, doet alles denken aan 4 juli. Een dode kanarie? Geel! Trekking van de staatsloterij? Tom-bola! Pakketje sturen naar iemand op de Molenstraat? Dumoulin! Tom, gisteren zat ik precies 13,8 minuten op de wc! Durf jij dat nog toeval te noemen? Mijn leven, en dat van tienduizenden, honderdduizenden, miljoenen andere Dumoulisten heeft zich vernauwd tot een groot, geel voorteken. We functioneren niet meer, Tom, ieder moment kan een ANP-alarm over jouw ingescheurde teennagel onze droom aan gruzelementen keilen. ONZE droom, ja, want je hebt ons er in meegesleept, met je prestaties en je ambities en je gele trui.
Tom, er zijn mensen aan minder onzekerheid onderdoor gegaan. We moeten weten waar we aan toe zijn, twintig dagen langer wachten zou kunnen betekenen dat sommigen van ons van pure voorpret zouden kunnen imploderen.
Daarom is duidelijkheid geboden.

Tom, zeg ons: ben je van plan om zaterdag 4 juli de proloog van de Tour de France te winnen, ja of nee?

Namens alle Dumoulisten van Nederland,

Met hooggespannen groet,

Frank Heinen