Roze plafond: waarom homomannen minder verdienen

We zijn bekend met inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen en allochtone en autochtone Nederlanders. Maar kan seksuele geaardheid – naast geslacht en etnische afkomst – ook een belemmering op de werkvloer zijn? Of, anders gezegd: benadeelt je seksuele voorkeur je loonstrookje?

Deze week verscheen een opmerkelijk artikel bij het Amerikaanse The Atlantic. Aanleiding: een onderzoek naar inkomensongelijkheid tussen homo’s en hetero’s in Canada, gepubliceerd onder de voor zich sprekende titel Gay Pay for Straight Work. De conclusie: Canadese homomannen met partner verdienen zo’n 5 procent minder dan heteromannen met partner, terwijl een lesbienne met partner in Canada gemiddeld 8 procent meer verdient dan een heterovrouw met partner.

Deze kloof spreekt vooral tot de verbeelding in het geval van goedbetaalde banen. Heteromannen in een managerfunctie verdienen bijvoorbeeld gemiddeld 183.000 dollar per jaar, homomannen op dezelfde bureaustoel 121.000 dollar.

Een kanttekening: er is alleen gekeken naar blanke mannen, omdat de inkomensverschillen tussen wit en blank al een casus an sich is. Niettemin lijkt dit onderzoek een bevestiging van wat het Amerikaanse Williams Institute (hier in pdf) al in 2007 ontdekte: homoseksuele en biseksuele mannen verdienen – uitgegaan van dezelfde kwalificatie – gemiddeld genomen minder dan heteromannen.

Wetenschap en techniek
Discriminatie is een makkelijk veronderstelde verklaring voor de kloof in het westerse Canada (dat overigens tien jaar geleden als vierde land ter wereld het homohuwelijk legaliseerde). De onderzoekers, PhD-kandidaten Sean Waite and Nicole Denier, denken echter dat het verschil deels te verklaren valt door de sectoren waarin de verschillende groepen werkzaam zijn. Zo werken (Canadese) homomannen minder vaak in de wetenschap of techniek dan heteromannen, en is de kans dat lesbiennes in de detailhandel werken relatief klein. En, zoals we allen weten, in de ene sector gaat nu net iets meer geld om dan de andere.

Opvallend: in de publieke sector schenen homomannen evenveel te verdienen als heteromannen. Het wekt de indruk dat discriminatie daar op basis van seksuele voorkeur minder gebruikelijk is dan in de private sector.

Tim Cook en Jan Kees de Jager
In Nederland lijken gegevens zoals die uit Canada te ontbreken, zowel bij het Centraal Bureau voor de Statistiek als het Sociaal Cultureel Planbureau. In 2011 bleek uit een Vlaamse enquête dat LHBT’ers (homo, lesbienne, biseksueel en transgender) zo ongeveer evenveel waren vertegenwoordigd in leidinggevende functies als hetero’s.

Een ouder onderzoek uit 2006, van Management Team, wees uit homo’s ontbraken in de top van het Nederlandse bedrijfsleven. Henk Krol zei destijds: “In de Quote 500 zijn ze goed vertegenwoordigd, maar dan wel homoseksuelen met een eigen bedrijf. In de top-200 van meest invloedrijke Nederlanders, samengesteld door de Volkskrant, zie je ze ook terug, alleen ook daar geen homo’s in hoge managementfuncties in het reguliere zakenleven. Hospitality, media, kunst en cultuur, politiek, dat zijn de sectoren waar ze bovengemiddeld goed zijn doorgedrongen. Managen kunnen ze dus, maar wat houdt ze dan tegen in hun weg naar de top bij, pak ‘m beet, Philips? Ik weet het ook niet.”

Gelukkig is die uitspraak inmiddels achterhaald. Niet alleen kwam Apple-CEO Tim Cook vorig jaar uit de kast als homoseksueel, ook oud-minister van Financiën Jan Kees de Jager bemant momenteel een topfunctie (financieel directeur) bij telecombedrijf KPN, zo’n vier jaar nadat hij voor zijn seksuele geaardheid uitkwam. Wie volgt?