Zo nuttig en noodzakelijk is de zzp’er

Zzp’er is het afgelopen decennium de naam van iets dat in feite al eeuwenlang bestaat. Je zou juist kunnen zeggen dat ‘werknemer’ een betrekkelijk nieuw begrip is; afhankelijk van de gehanteerde criteria bestaat het nauwelijks een eeuw. De Feitenfirma over nut en noodzaak van de zzp’er.

Ergens tussen 1900 en 1945 werd de werknemer zoals we die nu kennen, geboren. In de jaren erna werd op dat recht op WW nog een kerstboom aan andere voorzieningen gestapeld, een ontwikkeling waarvan je op een zeker moment kon verwachten dat de wal het schip zou gaan keren.

Was het tot circa 1900 zo dat alle risico’s op de werknemer rustten, anno 2010 kun je gerust stellen dat daarvan nauwelijks nog sprake is. De meeste lasten liggen op het bordje van de werkgever en dat is op zich geen groot probleem als er werk is en de werknemer beschikbaar is voor het verrichten ervan.

Een werknemer ontslaan is ook na invoering – op 1 juli aanstaan- de – van nieuwe wetgeving een tijdrovende en kostbare kwestie: voor de werkgever. Het werk is er niet, de werknemer (nog) wel. Idem als de werknemer ziek is, al is het maar omdat hij tijdens zijn partijtje voetbal in het weekend geblesseerd is geraakt. Ook dan is de werkgever gehouden om tot twee jaar door te betalen. Dit soort vaststellingen dreigt in de Nederlandse discussie erover al snel afgedaan te worden als rechtse praat, maar het objectieve gevolg van de huidige inrichting van ons stelsel van sociale zekerheid is dat – die conclusie trekt inmiddels toch wel iedereen – ‘arbeid’ te duur is geworden en onze concurrentiepositie internationaal is verslechterd. Voor een land dat heel veel buitenland heeft en daarvan voor een belangrijk deel van zijn bnp afhankelijk is, is dat een situatie waarin verandering moet komen.

Zzp’er of gewoon freelancer
Met name de creatieve industrie en de media zijn bedrijfstakken waarin het gebruikmaken van tijdelijke krachten al tientallen jaren heel normaal is. Je heet dan een freelancer en bent de voorloper van de zzp’er, in feite is er geen verschil. Met enige fantasie zou je de in de bouw gebruikelijke praktijk van het werken met onderaannemers ook zo kunnen kenmerken.

De feiten
In 1996 waren er zo’n 330.000 zzp’ers. Van oudsher hoort daar overigens ook de snackbarhouder en de bakker om de hoek bij, althans, als ze het allemaal in hun eentje doen. En de marktkoopman, boekhouder of taxichauffeur.
Maar per ultimo 2014 waren het er ruim 800.000. Ruim driekwart daarvan biedt de eigen arbeid aan, de rest verkoopt ook producten. De laatsten hebben bijna zonder uitzondering voor een bestaan als zelfstandige gekozen, dat wilden ze altijd al worden. Voor de rest geldt dat de omstandigheden het min of meer hebben veroorzaakt. 60 procent is 45 jaar of ouder, slechts 28 procent is hoogopgeleid.

En wat verdienen ze?
Zzp’ers hadden in 2012 een gemiddeld inkomen van 33.000 euro, dicht bij dat van Jan Modaal dus. Maar de zogenaamde spreiding binnen dat gemiddelde bedrag is fors. 10 procent verdiende minder dan 3500 euro. Nog eens 10 procent verdient ruim 70.000 euro.

Het gehele artikel van Hans van Brussel leest in de HP/De Tijd die nu in de winkel ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.

Hans van Brussel