Big Brother in de strijd tegen jihadisme: hoe erg is dat?

Voortaan kunnen scholen er met simpele software achterkomen of hun leerlingen via schoolcomputers ‘foute’ woorden opzoeken als ‘IS’, ‘jihadbruid’ of ‘YODO’ (you only die once). Als leerlingen zulke zoektermen gebruiken, kunnen ze een bezoekje verwachten van iemand van school. Het klinkt alsof we een Big Brother-achtig systeem aan het opzetten zijn tegen iets dat we misschien toch niet kunnen tegenhouden. Maar is dat wel zo erg?

Zou het werken tegen de – vaak snelle en via online kanalen aangewakkerde – radicalisering, de nieuwe software van stichting Importunus uit Hilversum waarmee leerlingen die via schoolcomputers bepaalde zoektermen gebruiken extra in de gaten kunnen worden gehouden? De software wordt nu al gebruikt om digitaal pesten tegen te gaan, “maar we breiden het nu uit voor radicalisering” aldus de stichting.

Of het werkt, is niet duidelijk, want smartphones worden er niet mee in de gaten gehouden en wat radicaliserende leerlingen thuis doen ook niet. Maar het is wel een (broodnodig) antwoord op de complexe problematiek van moslims die radicaliseren terwijl ze naar school gaan en zouden moeten denken aan hun toekomst in dit land in plaats van dat ze dromen van het afhakken van de hoofden van ‘ongelovigen’. Het ministerie van Onderwijs zegt het project te kennen en zegt tegen het AD: “Wij ondersteunen scholen bij het signaleren van radicalisering. Het is aan hen om te bepalen hoe ze die signalen willen oppikken.”

Dat de radicalisering van jongeren een probleem is, moge duidelijk zijn. Islamitische Staat (IS) is enorm succesvol in het werven van nieuwe jihadi’s via online propaganda. De filmpjes zijn zo professioneel gemonteerd dat je soms denkt – of op z’n minst hoopt – dat het trailers zijn voor een nieuwe Hollywood-film. Sommige islamitische jongeren zijn daar gevoelig voor en willen afreizen naar Syrië of Irak om mee te doen met de gewapende strijd. Scholen spelen een cruciale rol in het tegengaan van radicalisering, want moslimouders hebben het soms niet door of weten niet wat ze moeten doen als hun kinderen radicaliseren.

Die software om schoolcomputers te kunnen monitoren is dus helemaal niet zo’n gek idee. Als er ook maar één leerling mee wordt tegengehouden, dan is dat al winst. Toch? Nee dus, zeggen tegenstanders van het Big Brother-systeem, want het is niet waterdicht en andere leerlingen, die bijvoorbeeld een werkstuk willen maken over IS, krijgen er ook mee te maken. Die kritiek is begrijpelijk, want waar houdt het op? Wordt straks alles in de gaten gehouden? Het antwoord: ja, waarschijnlijk wel. Wel wat er gebeurt op schoolcomputers in ieder geval. Er zitten talloze restricties op schoolcomputers, en oneindig veel websites worden geblokkeerd. Dat is nu al het geval.

Scholen hebben een grote verantwoordelijkheid. Zij moeten ervoor zorgen dat leerlingen bezig zijn met school en niet met andere dingen. In het geval van de bestrijding van jihadisme – niet alleen een taak van politie en justitie, maar zeker ook ouders en scholen – is het eigenlijk best logisch dat er met speciale software wordt gemonitord waar leerlingen mee bezig zijn. Dat die leerlingen enige privacy moeten inleveren, hoort erbij. Leren ze meteen hoe het leven in de grotemensenwereld is, waar geheime diensten ook door het internet grasduinen en alles in de gaten houden.