Amsterdam is dood, Tel Aviv leeft!

Tel Aviv is met afstand de prettigste stad van Midden-Oosten. Alles kan in de Stad die Nooit Slaapt en Alles Heeft: het hele jaar door geweldig weer, prachtige stranden, het is een culinair paradijs, je kan er naar hartelust hoerenlopen (eens las ik in de New York Times dat Tel Aviv per uur het hoogste aantal betaalde wippen ter wereld heeft), er zijn darkrooms voor mannenmannen, de gay pride aldaar doet het sneue gedoe in Amsterdam tot aan de bilveter verbleken, er zijn schitterende antiquariaten en dan heb ik het verder maar niet over het uitputtende culturele leven (klassieke muziek, filmhuizen, toneel, discussieavonden, et cetera).

Er is nauwelijks misdaad. Geen gewapende straatovervallen, geen verdwaalde kogels ten gevolge van afrekeningen in het milieu, potenrammen komt er ook niet voor, blinde omaatjes krijgen bij de pinautomaat geen krik in de nek en een jongetje met een keppeltje zal ook niet zo snel gemolesteerd worden op straat – en nog mooier is het feit dat iedereen in Tel Aviv zich het schompes werkt onder het motto: wie niet werkt zal ook niet eten. Dat is meteen een van de verklaringen van het economische succes van de stad: een schrikbarend hoog arbeidsethos.

En dan te bedenken dat Altneuland (de ooit beoogde naam van de stad) in 1980 nog een viezige, troosteloze oostblokdump was, zonder fatsoenlijke horeca, zonder goeie koffie en met een bespottelijke inflatie. De enige leuke nachttent was The Penguin, lichtelijk geïnspireerd op de legendarische Amsterdamse club de Mazzo. Nu is Tel Aviv net als toen nog steeds bespottelijk duur maar goed: voor wat hoort wat. In Tel Aviv woont ook het weldenkende deel der natie, zeg maar het soort mensen waar een Amsterdamse GroenLinks-hipster dol op zou moeten zijn: veganistisch, milieu, vrede, mindfullness, yoga op het strand, wollen rastamuts op je tets en slap lullen op je versierde fiets met een bekertje koffie in de knuist: kortom de hele Gutmensch-reutemeteut. Alle reden tot een frisse stedenband tussen Mokum en Tel Aviv, temeer omdat Amsterdam natuurlijk best wel wat joodse invloeden heeft gekregen door de eeuwen heen, al moeten we de mohammedaanse cultuurbijdrage van de afgelopen veertig jaar ook niet onderschatten. Kent u de mop van de stedenband tussen Tel Aviv en Amsterdam? Juist, die ging niet door.

Gisteravond werd het debat over die heikele kwestie in het Amsterdamse gemeentehuis verstoord door ongeveer honderd schreeuwende viespeuken en andere antiblobalisten, een parade van het menselijk tekort en een uithangbord voor de UWV en het RIAGG. Eigenlijk met geen pen te beschrijven, maar gelukkig heeft mijn favoriete stadsfotograaf Maarten Brabante een en ander fijn op de gevoelige plaat vastgelegd, hier te bewonderen.

Ik las vanmorgen in mijn digitale courant dat tijdens de beantwoording van de vragen door burgermeester Van der Laan een pro-Palestijnse vrouw hevig geëmotioneerd de zaal uit rende. Zij werd op de gang opgevangen. Vermoedelijk is dat weer Joke Kaviaar, Truus Sherry, Milli Vanilli of hoe al die borderlinende vogelverschrikkers die ik steeds weer terug zie op de kieks ook mogen heten. Het zijn dezelfde tiepjes die samen met een aantal poldermoslims (die nog geen minuut hebben gedemonstreerd tegen de weerzinwekkende broedermoord in het Midden-Oosten) willen dat de gereformeerde boerenkoolstronkenuniversiteit – de Amsterdamse VU – onmiddellijk alle samenwerking verbreekt met de universiteiten in Israël. Nu die zijn van een oneindig hoger niveau dan die in Nederland, en met name de Hebreeuwse Universiteit te Jeruzalem en het Technion te Haifa. Wij kunnen veel van Israëlische academici leren, en aanzienlijk minder van de leraren van de Islamitische Hogeschool te Gaza, om maar wat te noemen. Gisteravond zei de burgermeester van Amsterdam: “De kooplieden en dominees in de stad Amsterdam probeerden altijd contact te houden. Ik hoop dat wij de Amsterdamse vrijzinnigheid en harmonie kunnen exporteren naar het Midden-Oosten.”

Ik denk dat Amsterdam beter de vrijzinnigheid en harmonie van Tel Aviv kan importeren.