Rot op naar je eigen land

Vandaag is het Wereld Vluchtelingendag. Nooit eerder waren er volgens de VN zoveel vluchtelingen als in 2014. Acht miljoen mensen sloegen alleen vorig jaar al op de vlucht voor oorlogsdreiging of vervolging. Het totale aantal vluchtelingen is daarmee opgelopen tot bijna zestig miljoen mensen, waarvan de helft kinderen.

Toch waren het niet de cijfers waar wij van schrokken. Rapporten, tabellen en kale aantallen doen ons, (relatief) rijke westerlingen over het algemeen weinig. Het waren de beelden in de media die er écht in knalden, van bootjes vol vluchtelingen in de Middellandse zee. De verdronken kinderen, de overlevenden die uit zee werden gevist, de kinderknuffels, eenzaam dobberend op de golven. De rotsen en stranden van favoriete vakantielanden die niet bezaaid lagen met zonnende toeristen, maar met vluchtelingen, op armzalige matrasjes of bij elkaar geraapte stukken karton.

Rot op naar je eigen land
In het EO-televisieprogramma Rot op naar je eigen land, dat in januari 2015 werd uitgezonden, leefde een groep mensen een tijdje het leven van een vluchteling. Daarvoor moesten zij de reis die vluchtelingen maken omgekeerd ‘nadoen’. Eerst werden ze in Nederland in een asielzoekerscentrum geplaatst, daarna achterin een vrachtwagen gezet om uiteindelijk in een vluchtelingenkamp, ver weg, gedropt te worden. Mensen die, voordat zij aan het programma deelnamen, nog stoer riepen dat asielzoekers moesten oprotten naar hun eigen land, sloegen als een blad aan de boom om. Stonden met tranen in hun ogen op een rots in Griekenland naar de lekgeslagen bootjes te kijken, die door vluchtelingen waren achtergelaten. Sommigen bereikten het huilpunt zelfs al in een van de eerste afleveringen, toen zij nog gewoon in een AZC in Nederland zaten. Met bedden, sanitair en een dak boven hun hoofd. En waar het ineens toch niet erg op de vakantie leek die zij zich er van hadden voorgesteld.

Verdeeldheid
Europa raakt ondertussen steeds meer verdeeld over het vluchtelingenprobleem. In Hongarije bijvoorbeeld (waar ze zo’n 130.000 vluchtelingen verwachten) zijn ze het meer dan zat. Afgelopen woensdag kondigden ze aan een hek aan de grens van Servië te willen plaatsen van vier meter hoog. Servië heeft hier geschokt op gereageerd en verklaarde dat zij slechts een ‘doorreisland’ zijn, en niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor deze problematiek.

In Ventimiglia heeft de Italiaanse politie afgelopen week een honderdtal Afrikaanse vluchtelingen hardhandig afgevoerd. En dat terwijl de paus afgelopen woensdag nog opriep om de grenzen voor vluchtelingen open te zetten. ‘Ik nodig u allen uit om vergiffenis te vragen voor de mensen die de deur sluiten voor mensen die op zoek zijn naar een leven, naar een gezin en naar zorg.’

Op dit moment zijn de regels zo dat een vluchteling in het land van aankomst asiel aan moet vragen. Maar voor landen die aan de Middellandse Zee grenzen is deze last te groot geworden. Italië eist dan ook dat asielzoekers in andere landen asiel kunnen aanvragen, een scenario dat de helft van de Europese staten niet ziet zitten.

De wereld is groot genoeg
Het vluchtelingenprobleem is niet meer een probleem van slechts een aantal landen. Het is een probleem van iedereen geworden waar een wereldwijd beleid voor zou moeten worden ontwikkeld. Met beschaafde opvangmogelijkheden. Ieder land naar eigen kracht en waar we allemaal aan meebetalen. Vluchtelingen zijn er nu eenmaal, die gaan niet meer weg, het worden er alleen maar meer. Er is een nieuwe bevolkingsgroep ontstaan van rondzwervende ontheemden die van land naar land trekken, op zoek naar een veilige plek. Die kun je niet bij elke grens wegsturen of tegenhouden door vier meter hoge hekken te plaatsen. Het klinkt misschien een beetje klef, maar we ademen allemaal dezelfde lucht in, hebben allemaal een vader en een moeder en willen ons allemaal veilig voelen. Dat sommigen van ons de idiote pech hadden om op de verkeerde plek te zijn geboren mag geen reden zijn ze te laten barsten.

‘Vrijheid is wanneer de naam van de tiran je is ontschoten’, schreef dichter Joseph Brodsky. Voor veel oorlogsslachtoffers überhaupt een onbereikbare ‘staat van zijn’. Laten we er dan in ieder geval voor zorgen dat ze een menswaardig leven kunnen leiden. De wereld, ook in het rijke westen, is tenslotte groot genoeg.