De ware Dumoulist verwacht niets, eist niets, maar hoopt slechts

Bovenstebeste Tom,
Mijn excuses. Ik heb het allemaal niet zo bedoeld.
Vorige week schreef ik een brief, een lap tekst opgetuigd rond die ene vraag die ik je zo terloops mogelijk hoopte te stellen: of je de Tourproloog in Utrecht zou gaan winnen.
Omdat ik, wij allemaal, wij Dumoulisten, omdat we snakten naar duidelijkheid. Omdat drie weken voorpret eenvoudig te lang was. Een ballon is heel feestelijk, behalve als je vergeet te stoppen met blazen.

Bochtjes
Gisteren won je – geheel volgens verwachting, maar daarom niet minder Ontzettend Knap – de tijdrit in de Ronde van Zwitserland, toch geen halvezolenkoers. De stroomlijn was die van een Japanse kogeltrein – die je weleens op het journaal ziet, als er weer eens een snelheidsrecord per spoor is verbroken – en toen je bijna uit de bocht vloog en de gft-bak van de familie Schweitzer terug de oprit opduwde, zag dat eruit als een laatste test van je eigen stressbestendigheid.
Je, dat kunnen we gerust stellen als je wint, was de beste.
En met iedere pedaalslag kwamen er weer een paar Dumoulisten bij. We zijn een leger, Tom, een volstrekt vreedzaam leger dat hoopt op wereldheerschappij, maar dat het ook best wil doen voor een ereplaats, als blijkt dat er niet meer in zit. Als er meer legers zo dachten, kwam het allemaal misschien nog goed.
Gisteren zag ik je voor de camera’s van de NOS. Je droeg een met sponsornamen beplakte pet en je stond in een Berns plantsoentje. Daar vertelde je dat je stiekem had gehoopt op de klassementswinst. Jij bent na een snoeiharde proloog, een absurd goeie bergetappe – slechts voorafgegaan door renners wier lichaamsgewicht gelijk is aan dat van jouw linkerbeen – een uiterst attente rit tussendoor en een schier perfecte tijdrit teleurgesteld dat je het eindklassement niet wint. Als dat op welke manier dan ook maar een snipper te maken heeft met mijn opmerking vorige week ‘dat je tussendoor wel even een Ronde van Zwitserlandje’ zou winnen, dan spijt me dat.

Je sprak in dat interview over je gemiste ‘bochtjes’. (Goed verkleinwoord, bochtje. ‘Bocht’ klinkt als een vijand van de rechte lijn, een horde die genomen moet worden. ‘Bochtje’ is zachter, mooier, de vijand krijgt iets lichtvoetigs, wordt een speelkameraadje – helemaal als ‘bochtje’ wordt uitgesproken door iemand uit Maastricht. Blijf ‘bochtjes’ denken, Tom, er liggen er op 4 juli ook weer genoeg op de route). Je zei: “Je bent zo gefocust dat je pas achteraf beseft dat je ‘m bijna gemist hebt.” Dit klonk ons Dumoulisten natuurlijk als muziek in de oren: zo kom je een bocht door, zo rijd je een proloog, zo win je een Tour: zo gefocust zijn dat je pas achteraf beseft dat je ‘m bijna gemist hebt. Ikzelf ben ook wel eens gefocust, maar als ik een deadline (het ‘bochtje’ van de columnist, ook wel: ‘het deadlinetje’) mis, dan zie ik dat meestal wel aankomen. Beter zou het zijn als ik pas weken later zou beseffen dat ik een deadline had, maar we kunnen niet allemaal topcoureurs zijn.
Toen kwam gisteren de vraag, de vraag die ons – Dumoulisten van overal en nergens – al bezighield sinds we je een uurtje eerder met vaste hand een perfecte lijn zagen trekken, dwars door het stratenplan van Bern: ‘WAT doet dit met je zelfvertrouwen?’
Het verbaasde niemand (maar stelde tegelijk iedereen gerust) dat je zei: “Heel goed.”
Daarna kwam er een uitleg die we wel kennen van sporters en die we dus gerust kunnen overslaan (hoogtestage gedaan, afwachten nog, tevreden).
Toen, dat woord.
We wisten niet wat we hoorden. Ik denk dat je zelf ook niet wist wat je hoorde. Het was er opeens.
Bang.
Bang?!
“Ik kijk dat niet met heel veel vreugde tegemoet, zeg maar, dat die druk wordt opgevoerd, maar ik heb denk ik al meermaals bewezen dat ik daar goed mee kan omgaan.”
Hier was iets misgegaan. Dit was de bedoeling niet. Al die honderdduizenden Dumoulisten hadden, in al hun goede, columnschrijvende, T-shirt-ontwerpende, juichende, van voorpret zwangere bedoelingen, een monster geschapen. Angst.

Hoop
“Iedereen kijkt naar jou, op 4 juli, in Utrecht,” zei de NOS-verslaggever met nadruk, alsof hij hoogstpersoonlijk nog wat lood in je benen wilde gieten.
Dat is waar, Tom, we kunnen onmogelijk ontkennen dat we niet naar je kijken. En dat we hoop hebben. Hoop doet hopen. Maar de hoop van de ware Dumoulist is goeie, opgewekte hoop: verwachtingen zijn voor mensen die niet met hoop uit de voeten kunnen, ergens vanuit gaan is voor mensen die het niet voor verwachtingen alleen doen. Voor Dumoulisten is hoop voldoende, hoop kan niet ontaarden in teleurstelling en frustratie, het vervliegt als het ijdel blijkt, wordt lucht en lijkt nooit te hebben bestaan.
Verwachtingen zijn gevaarlijk, ze hebben iets dwingends, daarom lijken ze uit de verte soms op eisen. Verwachtingen zijn zaken die ingelost worden, of niet, het zijn de verwekkers van teleurstellingen.
Hoop is ongevaarlijk, hoop is brandstof. Verwachtingen zijn ballast, eisen zijn ankers, hoop tilt je op.

De ware Dumoulist hoopt slechts,

Ik wens je onbevreesdheid voor de bochtjes en een onbeperkte hoeveelheid hoop toe.