Van labbekakken tot toedeledoki: de opmerkelijke uitspraken van Hans de Boer

Dat u hem misschien niet kent zegt niets over de macht en invloed die hij in Nederland heeft. Hans de Boer – ook niet bepaald een opvallende naam natuurlijk – is een jaar voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, en daarmee opvolger van Bernard Wientjes, die van 2010 tot en met 2013 de eer kreeg toegeschoven de meest invloedrijke Nederlander te zijn.

Voor wie Hans de Boer nog niet kende, vestigt hij zijn naam vandaag met een reeks, of eigenlijk waterval aan opmerkelijke uitspraken in een interview met Frénk van der Linden en Pieter Webeling in de Volkskrant. Direct en hard, nuchter en eerlijk, maar vooral ongekend ondiplomatiek. Oordeel zelf over de hoekige Fries, op basis van zijn opmerkelijkste uitspraken in dit interview van het jaar (dat hier via Blendle volledig is terug te lezen). Over de MH17, het belastingplan, immigranten en bijstanders. En van labbekakken tot toedeledoki.

Over zijn omgang met Mark Rutte:
“Hij belt mij inmiddels elke zaterdagochtend. Dan is-ie boodschappen aan het doen. Kijk: Mark Rutte en ik zijn heel goed met mekaar, alleen die ene keer was hij inderdaad een beetje geagiteerd. Maar dat kan met niet zoveel schelen.”

Volkskrant: ‘Uw vrouw Klaske zei: premier Rutte belde die ochtend vier keer. Vier keer! Maar de minister-president kan hoog of laag springen, zo krijg je mijn man niet terug in z’n hok.’
“Mark wilde dat ik mijn uitspraken terugnam. Publiekelijk. Ja, doehoe!”

Over zijn jeugd:
“Ik kon goed leren, maar ik was ook een baasje, een mannetje waar mensen in de omgeving voor uitkeken. Ik was niet bang om iemand een lel te verkopen. In de kern heb ik dat volkse altijd gehouden. Ik kan heel goed overweg met golfliefhebbers in driedelig grijs, én ik schakel makkelijk met de arbeiders van Ton Heerts (voorzitter vakbond FNV – red.)”

Over Geert Wilders:
“Ik heb een afspraak met Geert Wilders. Deze week. Maar hij heeft hem al een paar keer afgezegd, waarom weet ik niet. (–) Ik heb z’n 06-nummer niet. Van bijna iedereen wel, van hem niet. Ik wil hem gewoon kunnen bellen, zo van: Geert, waarom zeg je dit, waarom doe je dat? Dat is weer het dorpse in mij. Gewoon bij elkaar naar binnen lopen. Misschien heeft-ie wel humor, weet jij veel. Dat je effe met elkaar kunt lachen.”

Over het nieuwe belastingstelsel:
“Ik heb tegen de regeringspartijen gezegd: jullie zitten allerlei ingewikkelde dingen te bedenken, maar de burgers in dit land willen maar één ding: dat ze van hun bruto-bruto-inkomen netto meer overhouden. Gééf die mensen lastenverlichting! Gewoon hup, zonder franje. (–) De eerste schijn van de inkomstenbelasting moet in één keer flink naar beneden worden getrokken, naar 35 procent.”

Over de mogelijke btw-verhoging:
“Hoe dom kun je zijn? Dat heb ik letterlijk tegen PvdA-bewindslieden gezegd: straks zeurt heel Nederland alleen maar over die lastenverzwaring. Je staan op negen zetels, de VVD op krap twintig. Hoeveel kiezers wil je nog verliezen? Word nou een politiek koopman. Doe wat de mensen willen!”

Over Brussel:
“Kijk even een paar honderd kilometer te nzuiden van Manneken Pis, naar Parijs. De Fransen mogen alles! Zij moeten hun zaakjes op orde brengen, niet wij! Even op z’n Fries, jongens, maar dat gelul wil ik niet meer horen. Brussel? Toedeledoki.”

Over de FNV van Ton Heerts:
“Nog maar 20 procent van de werknemers is lid van een vakbond. Vaste banen verdwijnen, flexwerk neemt toe. Lastig voor Ton. Ieder heeft z’n kruis te dragen. Ik heb wel eens tegen hem gezegd: waarom maak je van de FNV niet een soort sociale ANWB, een servicegerichte ledenclub? (–) We hebben een keer gegeten met elkaar, met de echtgenotes erbij. Schaterlacht: Ik zei nog: met zo’n leuke vrouw aan je zijde moet er toch iets goeds in je steken.”

Over immigranten en uitkeringen:
“Van alle Somaliërs die hier tien jaar of langer zijn, heeft maar zo’n 20 procent werk en zit de helft in de bijstand. Die immigranten hoeven we dus níét. Dat klinkt keihard, maar zo bedoel ik het eigenlijk ook, want dit werkt ontwrichtend op een samenleving. Weet je wat ik vind. Al die labbekakken die hier in een uitkering zitten, díé moeten aan het werkt. (–) Intussen heb ik groot respect voor alle Oost-Europeanen die hier werk opknappen dat de Nederlanders zelf niet willen doen. (–) Er is in Nederland een groot taboe op heldere taal over uitkeringen. (–) Mensen die goed van lijf en leden zijn, moeten aan de slag. (–) Om te beginnen moeten we eens heel driftig kijken naar de hoogte van de uitkeringen. De bijstand moet naar beneden. Ik weet nu al: als ik dit zeg, krijgen we enorm gedoe. Ben ik weer een rechtse bal. (–) WW’ers hebben betaald voor hun werkloosheidsverzekering, daar hoor je me niet over. Maar bijstanders… ik denk dat driekwart van die groep aan het werk moet. Ook hogeropgeleiden. Die kunnen toch ook gewoon asperges steken, in het zonnetje, met de radio aan? Wat is daar fout aan?”

Over het minimumjeugdloon dat nu tot 23 jaar geldt:
“Nu ga ik iets zeggen, jongens… Ik heb mij hierover nog nooit uitgelaten. Ik ben niet tégen het minimumjeugdloon, maar ik denk dat wij als werkgevers wel bereid moeten zijn om hier naar te kijken, en niet rigide aan de huidige regeling moeten vasthouden. (–) Ik ben voor een verlaging van de eindleeftijd voor het minimumjeugdloon, naar 21, misschien zelfs 20 jaar.”

Over de MH17-ramp en de handelsbetrekkingen met Rusland:
“Ik denk dat er een enorme blunder is begaan door een of andere verdwaasde crimineel die op het verkeerde moment op het verkeerde knopje heeft gedrukt. Maar ik heb veel door Rusland gereisd. Die Russen zijn geen verkeerde mensen. Het zou Poetin sieren als hij schuld bekent, mocht Rusland medeschuldig zijn. Maar: we hebben elkaar economisch nodig. Ook politiek en cultureel. De sancties moeten op termijn worden afgebouwd. Voor mij is de MH17, hoe gruwelijk ook, een incident. Zo realistisch moet je zijn.”

Over zichzelf:
“Ik heb geen zin om altijd diplomatiek te zijn, er moet wel een beetje prik in de cola zitten. Laat het borrelen en gisten. Als iedereen maar de hele tijd met meel in de mond p praat, keren mensen zich af van het publieke debat. Dan denk je: wat is dat nou voor gedraai en gezeur, wees helder! Jullie willen toch ook pittige uitspraken voor een mooi stuk? […] Maar Jet (Bussemaker, red.) heeft wel een punt. Als ik inhoudelij keen goed idee heb, moet ik de acceptatie daarvan niet zelf in de weg staan door een al te luidruchtige presentatie. Anders ben ik niet effectief genoeg. Mijn houding versterkt mijn positie niet. Dat moet ik mij aantrekken. (–) Weten jullie waar ik écht thuishoor? Bij de VPRO! De Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep. Jammer dat het geen partij is, maar ik ben al vanaf m’n 18de lid. Soms denk ik bij een programma wel: wat zijn het toch rare malloten, maar toch… Ik herken mezelf erin. Zo ben ik ook. (–) Ik ben een CDA’er die weleens heel hard godverdomme roept.

Over het aan werk helpen van 100 duizend mensen met een arbeidsbeperking, zoals afgesproken in het Sociaal Akkoord:
“Bernard (Wientjes, red.) heeft dit zo afgesproken, dat neem ik con amore over. Maar in de praktijk blijkt het moeilijk waar te maken. We hebben volgens de afspraak nog tien jaar om die 100 duizend mensen daadwerkelijk aan werk te helpen. Weet je wat het is, jongen, die economie moet groeien. Dat komen die lui óók aan de slag.”

Over zijn visie op de relatie werkgever-werknemer:
“Ik ben een rechtse marxist. Nu moet ik opletten dat ik het goed zeg, anders begint Ton Heerts straks weer te hakketakken: ik vind het de verantwoordelijkheid van werkgevers om hun mensen zo goed als het kan te betalen. Je moet de mensen wat gunnen, zorgen dat ze een paar centen overhouden.”

Over een eventuele overstap naar de politiek:
“Zie je het voor je? Dat wordt een drama. Dit is mijn grootste hobby: beetje rotzooien, nou ja, ik bedoel pionieren, op het grensvlak van bedrijfsleven en politiek.”

Instant update: de #labbekak is inmiddels trending en half Nederland valt over de uitspraken van Hans de Boer heen. Bijvoorbeeld PvdA-leider Diederik Samsom, die op Facebook laat weten:

“Uitkeringsgerechtigden uitmaken voor ‘labbekak’ en drie zinnen later schaamteloos toegeven dat je het verdomt om arbeidsgehandicapten aan een baan te helpen.
Beste Hans, wie is hier nu de labbekak?”

Wordt ongetwijfeld vervolgd.