Recensie: Prins, spannend en grensoverschrijdend debuut (*****)

Vier vrienden staan – kauwend op zonnepitten – wat verveeld op een zonnig pleintje in Amsterdam-Noord. Er wordt een prullenbak opgeblazen. Ze lachen wat en kauwen weer verder.

Deze omschrijving lijkt niet de meest spannende openingsscène in filmgeschiedenis te betreffen. Toch trapt regisseur Sam de Jong zijn speelfilmdebuut Prins af – een van de meest spannende en grensoverschrijdende filmdebuten in een lange tijd.

Voor Sam de Jong is Amsterdam-Noord bekend terrein. Niet alleen filmde hij er een aantal van zijn korte films, waaronder Marc Jakobs en Malaguti Phantom (beide uit 2014), ook bracht hij een groot deel van zijn jeugd door in de noordelijke wijken van Amsterdam, waar de straatcultuur leeft. Deze herinneringen kon hij prima kwijt in het door hem geschreven scenario van Prins. En de straatcultuur speelt daarin een grote rol, waarbij de nieuwste schoenen van groot belang zijn en de criminaliteit constant lonkt. Prins is overigens geen realistisch sociaal drama of egodocument geworden. De film is eerder een stads coming-of-age-verhaal, waarin de grenzen tussen fantasie, realiteit en bekoring zijn vervaagd.

Prins gaat over de jonge Ayoub (gespeeld door het grote talent Ayoub Elasri), die met zijn moeder (een ontroerende rol van Elsie de Brauw) en zijn oudere zus Demi (Olivia Lonsdale) een hecht gezin vormt. Zijn vader leeft als een verslaafde junk op straat. De enige met wie hij contact heeft, is Ayoub, die hem soms wat geld toestopt. Ayoub is stiekem verliefd op Laura (Sigrid ten Napel), maar zij heeft al verkering met de oudere broer van Ayoubs beste vriend. Als hij verstrikt raakt in criminele activiteiten, lijkt het echt mis te gaan. Maar Prins is zoals een goed sprookje: de afloop is een stuk minder grimmig.

Eén van de dingen die Prins zo fascinerend en tegelijk zo ongrijpbaar maakt, is de mengeling van genres en stijlen. Dramatische momenten worden scherp afgewisseld met droge humor, gevolgd door enkele gewelddadige scènes, gelardeerd door de elektronische muziek van Palmbomen. Deze vorm werkt, door de uitstekende regie en montage, erg goed. Het sleutelwoord is vervreemding. De humor is onpersoonlijk, de dialogen verlopen niet soepel en het dreigende geweld voelt aan als een trip. Tel daarbij op de mystieke rond de junkvader van Ayoub, en de continue onweersdreiging in de film, en je kunt niet anders dan concluderen dat Nederland een vernieuwende filmmaker rijker is.

Met Amsterdam-Noord als decor doet Prins anders aan dan vele andere films die in (het centrum) de hoofdstad werden opgenomen. De sfeer doet bovendien denken aan een ander coming-of age-drama: Langer Licht van David Lammers uit 2006. En ook in die film was de lome zomer het decor.

Samen met Morgan Knibbe en een aantal andere jonge filmmakers is Sam de Jong een voorbeeld van een nieuwe school Nederlandse regisseurs (en producenten), die met veel bravoure en idealisme urgente verhalen willen vertellen. ‘Ik heb geen tijd voor jullie kinderspel,’ zegt Ayoub in de film. Die uitspraak lijkt van toepassing op het vastgeroeste arthouseklimaat in Nederland. Daaraan weet in ieder geval Sam de Jong zich succesvol te onttrekken.

Eindoordeel
film5