Scharrel, Biologisch, Beter Leven: een gids voor kip-keurmerken

We eten in Nederland steeds meer kip, gemiddeld bijna zo’n 20 kilo per persoon per jaar. En de consument bekommert zich steeds meer om het voormalig welzijn van zijn stukje vlees. Een korte gids door een stortvloed aan goede bedoelingen.

Zet een aantal topkoks een perfect bereide Bresse èn plofkipfilet voor, en ze zullen het verschil nauwelijks proeven. Kip smaakt nu eenmaal altijd naar kip. De rauwe kleur van het beestje kan anders zijn door de voeding die het krijgt, maar die kleur verdwijnt als sneeuw voor de zon tijdens het bereidingsproces. Een stukje vers bereide kip hoort mals en sappig te zijn, al ken ik zat mensen die zelfs zweren bij een drooggebakken kippetje. Persoonlijk vind ik aan kippenborst oftewel kipfilet weinig smaak zitten, en daardoor is het ook zo moeilijk om de ene kip qua smaak van de andere te onderscheiden. Ik neem liever de minder courante delen van de kip, zoals de bouten of de dijen.

Afgelopen maand werd bekend dat we met zijn allen in Nederland steeds meer kip consumeren. De kipconsumptie overstijgt al jaren de rundvleesconsumptie. We eten inmiddels gemiddeld bijna zo’n 20 kilo kip per persoon per jaar, en dat komt neer op ruim een kwart van de totale jaarlijkse vleesconsumptie, waarvan meer dan de helft bestaat uit varkensvlees. Stichting Wakker Dier wijt die toegenomen vraatzucht aan het toegenomen aantal kiloknallers in onze supermarkten. Hoe goedkoper ons vlees wordt, des te meer we ervan gaan consumeren, is de redenatie. Maar klopt dat wel helemaal? Zelf kies ik nooit voor het goedkoopste stukje, alhoewel de incourante delen van de kip wel vaak goedkoper zijn dan de courante. Dat heeft meer met vraag en aanbod te maken, dunkt me, al zie je die incourante delen steeds vaker ook bij de supermarkt in de schappen liggen. Ik let zelf bij de aanschaf van kip vooral op het dierenwelzijn, de kwaliteit en de prijs, want die laatste kan enorm verschillen. Voor bewuste consumenten is het evenwel soms lastig hun weg te vinden in de wirwar van kwaliteitslabels en -eisen waaraan het kippetje dat straks op het bord ligt allemaal voldoet. Gelukkig komen er steeds betere en duidelijkere richtlijnen. Vindt met behulp van onderstaande keurmerken en benamingen dus zelf uw weg in het schap.

Scharrel
Bij dit keurmerk zijn de minimumvereisten vastgelegd door de Europese Commissie in een Verordening met handelsnormen. Er zijn verschillende soorten scharrelvlees: binnengehouden scharrel, scharrel met uitloop, boerenscharrel met uitloop en boerenscharrel met vrije uitloop. Voor ieder van deze vormen gelden andere eisen. Bedrijven die scharrelvlees produceren worden streng gecontroleerd.
De eisen voor scharrel met uitloop zijn:
• Kippen hebben een uitloop naar buiten van ten minste 1 m2 per kip.
• De stallen hebben daglicht.
• Per m2 mogen in de stal 13 kippen worden gehouden.
• De stal moet minimaal 8 uur aaneengesloten donker zijn.
• Kippen mogen na 56 dagen worden geslacht.

Het hele artikel van schrijvende kok en hoofdredacteur Tom Kellerhuis leest u in de HP/De Tijd die nu in de winkel ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.